Vrijdag, 3 maart, 2017

Geschreven door: Lemmens, Harrie
Artikel door: Leppers, Ger

Met bloed doordrenkte baard

God in Brazilië

[Recensie] Garopaba, een kleine Braziliaanse bad- en vissersplaats op het zuidelijk halfrond, maart 2008. De zomer loopt ten einde, de dagen worden korter, de nachten frisser, toeristen beginnen te vertrekken. Een naamloze sportleraar, achter in de dertig, rijdt in zijn oude Ford Fiesta het plaatsje binnen. In de kofferbak een handvol oude spullen, op de achterbank de hond Beta, waarover de man zich ontfermd heeft na de zelfmoord van zijn oude, zieke vader, een paar weken eerder. Die gebeurtenis wil de bestuurder van de auto achter zich laten, alsmede een mislukte liefdesrelatie en bij nader inzien eigenlijk zijn hele leven in de grote stad Porto Alegre. Hij zoekt rust, nieuw werk, en heeft besloten zijn baard te laten groeien ter symbolisering van de overgang naar deze nieuwe fase in zijn bestaan.

Wat zijn leven er niet gemakkelijker op maakt, is dat hij lijdt aan perinatale anoxie, opgelopen door zuurstofgebrek tijdens zijn geboorte. De ziekte houdt in dat hij gezichten van mensen een paar minuten nadat hij afscheid van hen heeft genomen al is vergeten. Zelfs de trekken van zijn eigen gezicht ontdekt hij elke morgen bij het scheren opnieuw.

De nieuwe bewoner van Garopaba huurt een appartement met uitzicht op zee, begint een relatie met de jonge serveerster Dalia, en steekt een helpende hand toe bij de opvoeding van haar zesjarige zoontje Pablito. Hij vindt een baantje als instructeur in een zwembad, de dagen verglijden in een rustig ritme en een landerige sfeer. De mensen in Garopaba verwachten niet veel van het leven, en laten het drinkend en blowend over zich komen, met zo nu en dan enig onverplichtend van dattum bij wijze van verzetje.

Galera beschrijft het droog laconiek en laat het verhaal tot ontwikkeling komen vanuit de karaktereigenschappen van zijn personages en de anoxie van zijn hoofdpersoon. Al gauw ontdekken we dat er, naast de behoefte aan een breuk in zijn leven, nog een reden is waarom de hoofdpersoon juist naar Garopaba is gekomen. Zijn grootvader Gaudério is er in de jaren zestig op raadselachtige wijze verdwenen. Was het moord?

Technisch Weekblad

De oude Gaudério leek in de wieg gelegd voor ruzie en matpartijen: “Als hij ging dansen kreeg hij mot. Ik snap nog steeds niet hoe hij het klaarspeelde om altijd ruzie te krijgen, want hij dronk weinig, rookte geen shit, gokte niet en zat niet achter de vrouwen aan.” Op één zo’n dansavond viel opeens het licht uit. Toen het weer aanging restte een bloedvlek op de plaats waar tevoren Gaudério had gestaan. Wanneer zijn kleinzoon de sportleraar begint te informeren naar de toedracht van die verdwijning, reageren de bewoners van Garopaba afwijzend.

Galera vertelt zijn verhaal in de tegenwoordige tijd, en geeft daarmee zijn boek een verwachtingsvolle, broeierige sfeer. Wie een verhaal opschrijft in de verleden tijd, kent de afloop en houdt daar, mag je als lezer aannemen, rekening mee. Wie de tegenwoordige tijd gebruikt, doet alsof hij de ontknoping niet kent. Of een gebeurtenis later in het verhaal van belang zal blijken, valt op het moment van vertellen nog niet te bepalen. Galera maakt daarvan gebruik om zijn verhaal een onbestemde, gedurige spanning mee te geven, waardoor de lezer het in Ă©Ă©n ruk uit leest.

Onvergetelijk hoogtepunt is een barre, dagenlange zoektocht in de regen, door de bergen, op zoek naar een mogelijke verblijfplaats van Gaudério. De afloop van het boek zullen wij niet verraden, maar Galera zorgt voor een prachtige ontknoping – niet allen in de thrillerachtige zin des woords – van de zoektocht van zijn hoofdpersoon naar de grondslagen van zijn bestaan.

De vertaler van Galera’s roman, Harrie Lemmens, publiceerde onlangs ook zelf een boek. Zijn God is een Braziliaan is de neerslag van drie reizen  die hij in de afgelopen jaren samen met zijn vrouw, de fotografe Ana Carvalho, maakte naar het land dat ook ooit, korte tijd, een Nederlandse kolonie was. Zij bezochten acht steden, slenterden door de stadscentra, bezochten markten en musea, op zoek naar het Braziliaanse van Brazilië.

Vooral spraken zij met Braziliaanse schrijvers, onder wie ook Daniel Galera. Van velen van hen heeft Lemmens boeken vertaald, wat het contact uiteraard vergemakkelijkte en de confidenties bevorderde. Zo kreeg de schrijver-vertaler de medewerking van een zeer uiteenlopend gezelschap bijzonder goed ingevoerde en ook eigenzinnige informanten, die bovendien natuurlijk allen in hoge mate de gave van het woord bezitten.

Daardoor krijg je als lezer een panoramisch beeld van de Braziliaanse maatschappij, gezien door de ogen van deze beroepsgroep. Dat Brazilië een land vol problemen is, zal weinigen verbazen, maar ze worden makkelijker aanvaard dan hier – met een flinke dosis fatalisme, omdat ze veel moeilijker oplosbaar zijn dan de onze. De schrijver Paulo Leminski brengt die andere omgang geestig onder woorden: “Maar problemen los je niet op, problemen hebben een groot gein en ’s zondags neemt iedereen zijn probleem uit wandelen, met mevrouw en alle kleine probleempjes.”

Speciale vermelding verdienen de vele taxichauffeurs met wie de schrijver sprak. Er rust namelijk onder reisschrijvers en journalisten een in de loop der jaren gegroeid, wat nuffig taboe op het sprekend opvoeren van leden van deze beroepsgroep. “Een journalist”, schrijft Lemmens, “zei ooit tegen me dat je nooit taxichauffeurs in een artikel mag opvoeren, omdat dat zelfs als cliché afgezaagd is. Gelukkig ben ik geen journalist. De meeste chauffeurs die we in Brazilië zijn tegengekomen waren rasvertellers.” Hij citeert ze dan ook met graagte, en dat levert mooie inzichten op. God is een Braziliaan is een boek waarin de vertellende taxichauffeur, na jaren van veronachtzaming, een te lang uitgestelde inhaalslag maakt.

Het aparte katern met foto’s van Ana Carvalho doet mooi recht aan de kleurenpracht van het land, die voor ons al even exotisch is als de analyses en anekdotes in de tekst.

Eerder verschenen in Trouw