Dinsdag, 9 maart, 2021

Geschreven door: Roosmalen, Marcel van
Artikel door: Veen, Evert van der

Mijn legendarische moeder overleeft alles

Met humor schrijven over pijn

[Recensie] Kerst 2018 is voor Marcel een duidelijk signaal dat het niet goed is met zijn moeder. De eerste symptomen van dementie worden nu zo duidelijk zichtbaar dat ze niet meer vallen te ontkennen en niet meer gebagatelliseerd kunnen worden. De ingrijpende en blijvende verandering heeft onmiskenbaar z’n intrede in haar leven gedaan en daarmee ook in het leven van haar kinderen.

Marcel van Roosmalen is journalist en schrijver. Van hem verschenen eerder: Je moet opschrijven dat hier niets gebeurt, Het zijn de kleine dingen die het doen en Nederland onder het systeemplafond. Marcel heeft een vlotte pen: de zinnen in Mijn legendarische moeder overleeft alles zijn kort maar zetten de werkelijkheid wel scherp neer. Krachtige beelden appelleren aan de lezer. Er is een ondertoon van milde humor maar ook de moeite met de situatie klinkt er eerlijk in door.

Het duurt niet zo lang of het zelfstandig wonen wordt problematisch en is in feite niet meer verantwoord al zegt zijn moeder zelf: “Ik red me nog prima. Ik blijf gewoon hier. Er verandert niets,” (p.28). Haar korte geheugen neemt snel af, ze wordt doof en de contacten hebben daaronder te lijden. Ontmoetingen verlopen vaak wat moeizaam omdat haar verwarring toeneemt: “… we communiceerden niet meer. De verhalen werden steeds langer, de onderwerpen steeds kleiner,” (p.58).

Marcel van Roosmalen schetst een eerlijk maar daardoor ook wel ontluisterend beeld van de dementerende mens die het besef van tijd, omgeving en mensen steeds meer kwijtraakt. Duidelijk wordt ook in dit boek hoe belastend dit voor kinderen is die hun best doen om moeder in haar situatie zo goed mogelijk te ondersteunen maar daar vaak weinig voor terug krijgen en voortdurend met die zorg leven wanneer ze niet bij haar zijn.

Ons Amsterdam

We volgen het proces in dit boek Mijn legendarische moeder overleeft alles op de voet: een ziekenhuisopname, het ontruimen van haar huis, het verpleeghuis en alle actuele ontwikkelingen sinds vorig jaar corona uitbrak.

Er is vaak een wat melancholieke ondertoon zoals de spullen die weinig waarde hebben en naar de kringloop gaan waar zelf nog heeft gewerkt. Pijnlijk is een zin als “In verpleegtehuis Kastanjehof … zat wat er over was van mijn moeder”, pag 101. Het is zo herkenbaar voor iedereen die een dergelijk proces van nabij heeft meegemaakt. Marcel is in feite zijn moeder al kwijt zoals ook blijkt uit deze zin: “Wij, haar kinderen, waren steeds vaker haar broers en zussen van vroeger”, (p.123).

Ondanks de wat relativerende stijl van schrijven, is de pijn van het gebrek aan echt contact en de totale onmacht wel voelbaar. Aangrijpend is de beschrijving van het contact achter glas via een babyfoon.

Het boek heeft als heftig klinkende ondertitel Corona, dementie, eenzame opsluiting en andere ellende. Dat klinkt zwaar en schrikt misschien af maar de lichtvoetige stijl van schrijven maakt dat het geen triest verhaal wordt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles