Zondag, 12 september, 2021

Geschreven door: Hickel, Jason
Artikel door: Heeffer, Wil

Minder is meer

Groene groei bestaat niet

[Recensie] Jason Hickel is een in Zuid-Afrika geboren economisch antropoloog. Onlangs bracht de Belgische uitgeverij EPO zijn boek Less is more in een vertaling uit onder de titel: Minder is meer, Hoe degrowth de wereld zal redden. Hickel schreef een goed en helder geschreven boek over de staat van de mens en de aarde. Omdat zijn taal zo toegankelijk is, geeft het iedereen die ook maar iets wil weten over de alomvattende ecologische crisis waarin wij verkeren, de zo urgente en noodzakelijke stof ter reflectie. Hickel rekent af met het idee dat groei en duurzaamheid samen kunnen gaan, en gaat daarmee verder dan veel andere auteurs in dit segment. Het boek is een regelrechte aanrader voor wie bereid is radicale vragen te stellen.

Eeuwig voortbestaan

Het is knap als een auteur moeilijke materie in toegankelijke taal begrijpelijk maakt. Centraal in zijn boek staat het groeiparadigma waarin de dominante, kapitalistisch aangestuurde zijnsopvatting van onze tijd zich te gronde leeft. Groei is het sleutelbegrip van het kapitalisme zoals dat als wereldwijd systeem vanaf de veertiende eeuw vorm heeft gekregen. Het woord ‘kapitalistisch’ zet bij veel mensen stekels op. Zij roepen uit: ‘Wat wil je dan? Staatssocialisme?’ Deze spraakverwarring vaart wel bij onbegrip, aldus Hickel. Markten en handelaren zijn er vanaf de eerste menselijke nederzettingen. Waarin de markt echter verschilt van het op winst gerichte marktdenken, is dat in het kapitalistische systeem alles draait om groei. Die groei wordt aangejaagd door toename van industriële grondstofwinning, massaproductie, afvaltoename en consumptie, en wordt vastgelegd in groeicijfers zoals het bruto binnenlands product. Vanaf het einde van de vijftiende eeuw vond wereldwijd overzee imperialistische grondverwerving plaats. Onderdrukking, minachting en slavernij maakten de mens tot werktuig. Hickel presenteert over die roof en uitbuiting interessante becijferingen. De ontdekking van de nieuwe wereld is in feite niets anders dan de ontdekking van nieuw te ontginnen territorium. Mens en natuur worden verdinglijkt. In aansluiting op niet-westerse denkers beschrijft Hickel hoe de moderniteit – het wereldwijde kapitalisme – vorm krijgt. Private toe-eigening van grond en menskracht ging gepaard met een religieuze indoctrinatie. Kapitalisme en religie zijn beide gericht op een eeuwig voortbestaan. Noch het kapitalisme, noch het geloof van de belangrijkste wereldreligies kent een einde.

Totalitaire logica

Ons Amsterdam

In zijn boek spreekt Hickel over een dualistische ideologie. Daarmee bedoelt hij dat mens en natuur in het westerse denken tegenover elkaar kwamen te staan. De natuur was er ter exploitatie, ter ontginning. De natuurwetenschappen splitsten zich af van de geesteswetenschappen en gingen in denken en doen het wereld- en mensbeeld vorm geven. Hickel ziet Descartes als de grote waterscheider en wijst er meer dan terloops op dat Descartes dierenproeven niet schuwde omdat hij pijn bij dieren – die hij levend ontleedde – alleen maar zag als een mechanische reflex. Maar dat niet alleen, ook werk en loon werden concepten waaruit het begrip loonarbeid ontstond. Het lichaam werd tot werktuig waarmee geld werd verdiend. Eens te meer geldt dat voor onze tijd van verstedelijking waarin niemand in een stad kan overleven zonder geld. Mensen werden concurrenten van elkaar omdat degene die zijn werkkracht het goedkoopste aanbiedt, spekkoper is. Er vond aldus Hickel een omslag plaats van collectieve samenwerking naar een individualisering. Ieder werd ieders concurrent. Hij noemt die omslag de grootste verandering in werkopvatting na de invoering van de loonarbeid.

Groei en graai

Het in het Europese denken gewortelde dualisme maakte van loonarbeid een levensstijl. De geest moest het lichaam gaan beheersen zoals de mens de natuur had leren beheersen. De zegetocht van groei door uitbuiting gaf bovendien de genadeslag aan anders denken: missionering leidde tot het uitroeien van een ‘ketters en primitief’ animisme, de denkvorm waarin de natuur als ‘bezield’ wordt gezien. Het denken werd gekoloniseerd. Het ‘primitieve’ denken van niet-westerse volkeren werd in naam van beschavingsmissie tot zwijgen gebracht. Die overmeestering van de natuur nam door technologische ontwikkelingen nieuwe en omvangrijke vormen aan, zeker nadat olie het nieuwe goud werd. Zoals Hickel uitwerkt, vormt de energieopbrengst van één vat olie het equivalent van 4,5 jaar menselijke arbeid. Werk daar maar eens tegenop als mens! Wetenschappelijke ontwikkelingen en een vierentwintiguurseconomie voerden naar een intensivering van de kapitaalaccumulatie: kennis werd geld, geld werd winst, werd meer geld, werd meer winst. Accumulatie is de maatstaf voor economische groei waaruit de destructieve effecten op mens en natuur zijn doorgestreept. Om dat met een voorbeeld te verduidelijken: als een bos wordt gekapt levert dat verhandelbaar hout op dat een positief effect heeft op het BNP. Het verlies aan leefkwaliteit telt niet mee.

Duurzaamheidsbedrog

In het op groei gerichte systeem zijn de begrippen duurzaamheid en hernieuwbare energie op ieders lippen komen te liggen. In het accent op die begrippen verdwijnt het groei-isme naar de achtergrond. De vraag is echter, aldus Hickel, of de energietransitie – die zeker noodzakelijk is– in feite niet een energietoevoeging is. Vervangt de hernieuwbare energie de vervuilende energie of komt die er gewoon bij? Vervangt de elektrisch aangedreven auto voertuigen of komen die boven op de autoberg? Het geeft aan hoe ‘we de wereld zijn gaan bekijken vanuit het perspectief van kapitaal, in plaats vanuit het perspectief van het leven’. De ironie is dat we niet zien hoe groei een ander woord voor destructie is geworden. Die destructie treft de levensomstandigheden en de leefbaarheid in het globale Zuiden meer dan het Noorden, treft arme bevolkingen meer dan de rijke staten. In feite, zo schrijft Hickel, wordt het zuidelijk halfrond door het groeiparadigma voor een tweede maal getroffen door sociale onrechtvaardigheid. Onderlinge verbondenheid en wederzijdse afhankelijkheid vindt hij terug in de animistische levensopvatting. Hickel gaat daar op het einde van zijn boek uitvoerig op in. Animistisch heeft bij hem niets met primitief te maken, maar gaat over het geheel van moeder aarde, mens en natuur. Het dwingt de lezer om zich af te vragen wat economische groei in politiek-economische zin betekent en wiens belangen het dient. Waarom benadrukken regeringen niet de welzijnseffecten van economische groei op mens, dier en milieu? Natuurlijke groei is immers eindig, maar we worden geïndoctrineerd dat menselijk vernuft en technologisch kunnen de groeispurt erin zullen houden. Volgens dat duurzaamheidsbedrog betekent geen groei effecten als werkeloosheid en faillissementen waaruit sociale onrust voortkomt. De enige manier om tot verandering te komen, is: ‘een door de overheid gecoördineerde, grootschalige aanpak’. Ook groene groei vraagt om meer energie en hoe dammen we die groei in als we blijven pappen en nathouden? In het groene denken zal de technologie ons niet redden, is de stelling die Hickel met verve uitdraagt. We zullen de kapitalistische logica die de problemen heeft veroorzaakt, moeten herzien. Of zoals Einstein het ooit zei: je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.

Vooruitgang zonder groei

Hickel sluit zijn boek af met een bespiegeling over een goed leven. Daarin staan wederkerigheid, sociale samenhang en sociale rechtvaardigheid centraal. Om zijn boek hoopvol te laten eindigen sluit hij het wat hybride af. Eerst oppert hij een aantal zweverige, hoopvolle verwachtingen in een pleidooi voor transitie van het globale, rijke Noorden: ‘Rechtvaardigheid is het tegengif voor de groeiverplichting – en de sleutel tot de oplossing van de klimaatcrisis.’ Hij herpakt zich echter als hij met concrete voorstellen komt. Hickel oppert een aantal zeer zinvolle suggesties voor het tegengaan van verspilling, nutteloze overvloed en inkomensherverdeling. Het zijn hoopgevende waarnemingen die hout snijden en dialoog verdienen aan klimaattafels. Zo ageert hij tegen geplande veroudering waardoor productie wordt gestimuleerd en de vervuiling toeneemt. Hij gaat in op gebruik en verbruik in relatie tot voedselverspilling. Hij geeft waardevolle inzichten in financiële kwesties als schuldenaanwas en schuldsanering en bepleit het nationaliseren van de publieke ruimte en de publieke instellingen die geprivatiseerd werden.

Boeken die reddingsboeien zijn

Je hebt boeken in het peloton en boeken in de voorhoede. Dit boek classificeert zich zeer zeker in de kopgroep. Vanwege de toegankelijke stijl is het erg aanbevelenswaardig voor iedereen die geïnteresseerd is in wat we nu zo ernstig, veelomvattend en daardoor vaak ongrijpbaar de klimaatcrisis noemen. Hickel geeft een historisch inzicht in de vernietigende kracht van het kapitalisme, in een obsessie voor groei die het denken verduistert en de mens verblindt. Minder is meer is meer dan een aanrader. Het is verplichte kost om een komende generatie niet uit te leveren aan het hellevuur.

Eerder verschenen op iFilosofie