Woensdag, 23 juni, 2021

Geschreven door: Dröge, Philip
Artikel door: Brouwers, Nathalie

Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis

Een zoektocht naar een afkomst in een miljoenenstad

[Recensie] Een doerian, een soort tropische vrucht afkomstig uit Zuidoost-Azië, siert de cover van het laatste boek van schrijver, onderzoeksjournalist en columnist Philip Dröge: Moederstad. Jakarta, een familiegeschiedenis. Een heel eind verder in het boek kom je te weten dat naar analogie met The Big Apple als bijnaam voor New York Jakarta wel eens ‘The Big Durian’ wordt genoemd: de doerian blijkt gekend te zijn voor haar penetrante geur, een stekelige schil en dat ze slecht verteerd zou worden. En dat is dus ook van toepassing op Jakarta, van oorsprong een kleine stad aan de rivier Ciliwung maar nu uitgegroeid tot een miljoenenstad met een bevolking die bijna zo groot is als die van België (10,5 miljoen inwoners). 

In dit boek gaat Philip Dröge op zoek naar zijn voorouders die nagenoeg allemaal in Jakarta/Batavia gewoond hebben sinds de kolonisatie in 1618 door de eerste Nederlandse heerser in de Hollandse gouden eeuw, werkzaam voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie: Jan Pieterszoon Coen.

Ook David Van Reybroeck nam die slimme politicus en handelaar in zijn laatste magnum opus Revolusi als startpunt. Waar Van Reybroeck voornamelijk inzoomt op de weerstand van de lokale bevolking tegen de Nederlandse kolonisatie in een aantal stadia aan het begin van de 20ste eeuw en die opstanden en de daaropvolgende onafhankelijkheid in een breder nationaal, regionaal en internationaal kader schetst, brengt Dröge hier een persoonlijk en familiaal verhaal, een vertrekpunt waarin de grotere politiek pas later betrokken wordt en zich tot de hoofdstad van de grote archipel beperkt. Het bredere plaatje van Van Reybroeck maakt het verhaal zeker voor Belgen toegankelijker. Want soms gaat de schrijver al uit van te veel affiniteit met de regio. 

Dröge heeft een scherp oog en slaagt erin een meeslepend verhaal te maken van het leven van zijn voorouders, die afkomstig zijn uit Europa, Java, China en Papoea. Ook hij neemt je mee tijdens zijn archieven- en veldonderzoek. Door het ontbreken van wat duidelijkere kaarten, een stamboom van zo’n 300 jaar familiegeschiedenis en/of fotomateriaal (een dure keuze voor een uitgeverij) blijft het soms moeilijk je overzicht te bewaren of je een goed beeld te vormen van waar naar waar hij reist, en hoe zijn zoektochten er juist uitzien. Het blijft zo wat droge kost (pun intended) op z’n Vlaams gezegd. 

Boekenkrant

Dröge vermengt zijn familiegeschiedenis met het ontstaan, de ontwikkeling en de steeds uitdijende groei van Jakarta tot een miljoenenstad, dat ooit begon als het prinsdom Jacatra – genoemd naar de Javaanse prins Jayawikarta – en waar de Nederlandse VOC ooit begonnen was met slechts één pakhuis. Dat huidige Jakarta komt zeker chaotisch over, maar ook levendig en indrukwekkend, wat ook de nieuwsgierigheid schraagt naar het leven in die stad vandaag. Hoe is de koloniale stempel nog terug te vinden in deze metropool in een middeninkomensland en waarin verschillende religiën naast elkaar worden beleden? (De islam is de grootste godsdienst, maar is geen staatsgodsdienst.) Had de VPRO hem ook niet kunnen volgen om een reportage te maken bij zijn verhaal? 

Het is wat wennen aan zijn stijl die wel heel detaillistisch is, maar niet altijd even narratief. Zijn familieleden worden niet altijd levende personages maar worden vooral verklaard vanuit een standpunt van vandaag, er wordt wat te veel teruggekeken op wat is geweest en vooral ook veel vermoed. Die vage plekken in de geschiedenis zijn onvermijdbaar maar zo blijft het verhaal jammer genoeg ook af en toe vaag. Hierin zit waarschijnlijk de aard van de journalist die zijn feiten enkel voor zich laat spreken als hij er pas 100% van overtuigd is. En dat was met deze familiegeschiedenis gewoon onmogelijk te verifiëren.  

De grote verdienste van dit boek van Dröge is naast het aantonen van de verwevenheid en de betrokkenheid van heel wat (Indo-)Nederlanders met de oud-kolonie dat het de ogen opent voor de diversiteit van Jakarta/Batavia en Indonesië in zijn geheel en door de eeuwen heen, en vooral ook de vermenging van Europees en Aziatisch bloed zonder dat mensen er zich zelfs bewust van zijn. Uit Revolusi leer je dat Indonesië het derde grootste land ter wereld is qua inwonersaantal en qua grootte bijna een continent. Jakarta is dan weer eeuwen een magneet geweest voor magistraten, handelaars en gelukszoekers van zowel het ‘Nederlandse moederland’ als uit China, Japan, en uit de eigen regio. 

De welvaart van Nederland werd gemaakt door de specerijen- en koffiehandel via hun koloniale Indiëroute (net zoals die van de Belgen uit haar Congolese kolonie). Boeken over deze geschiedenissen stillen ongetwijfeld de honger naar kennis die te lang niet of toch veel te weinig onderwezen geweest is.

Eerder verschenen op Villa Nathalie – Over lezen