Zondag, 22 augustus, 2021

Geschreven door: Göpel, Maja
Recensie door: Jacobs, Florian

Nieuw denken over de economie

Een noodzakelijke omwenteling

[Recensie] Recentelijk verschenen drie boeken van topeconomen in Nederlandse vertaling, die elk op originele en radicale wijze conventioneel politiek economisch denken een andere richting proberen op te stuwen. Maja Göpels Onze wereld nieuw denken is het meest overtuigende en leesbare van dit drieluik, maar Mariana Mazzucato’s Moonshot en ook Stephanie Keltons De mythe van de staatsschuld bieden knappe economische ondersteuning voor een noodzakelijke omwenteling in ons economische denken, doen en laten.

Een andere economie in een veranderde wereld

Maja Göpel is socioloog en politiek econoom, en de voornaamste van haar vele petten is die van president-directeur van de Duitse adviesraad voor wereldwijde verandering. Haar nieuwste boek Unsere Welt neu denken. Eine Einladung werd in Duitsland een bestseller en verscheen het afgelopen jaar in het Nederlands als Onze wereld nieuw denken. In een tiental korte, ook voor economische leken goed te begrijpen hoofdstukken zet Göpel uiteen waarom onze huidige wereld een ander economisch denken behoeft dan het denken dat deze wereld heeft gemaakt tot wat die is. De mensheid kon het zich veroorloven vooruitgang uitsluitend te meten in groei zolang onze planeet schier onuitputtelijk leek, maar intussen leven we niet langer op een lege planeet die we naar believen kunnen veroveren en uitbuiten, maar op een volle aarde die onze vraatzucht niet langer bijbenen kan. De werkelijkheid waarin economische groeicijfers schitteren is een schijnwerkelijkheid, zo stelt Göpel. De echte realiteit vraagt om een radicaal andere omgang met onze leefomgeving, en ze stelt dat onze huidige economische (en politieke) systemen niet in staat zijn om ons hierin bij te staan.

 Je krijgt wat je verdient

Ons Amsterdam

Economisch rooskleurige cijfers staan steeds haaks op handelingen die de natuur ten goede komen, zo beschrijft Göpel overtuigend. Dat kan evenwel niet blijvend duren. ‘Stap voor stap is achter de adembenemende groeicijfers een systeem ontstaan dat onze planeet verwoest, waarin eigendomsverhoudingen weer feodale trekjes krijgen, maar dat desondanks verder moet groeien, om niet onder zijn eigen uitwassen te bezwijken.’ Wat we nodig hebben om het tijd te keren is een economische en politieke wil die geldvermeerdering niet langer de weerspiegeling laat zijn van een machtspositie, zoals nu het geval is, maar die groei expliciet koppelt aan het scheppen van waarde. Dat betekent ook het afromen van onverdiende winst. Deze wil begint bij ons taalgebruik: ‘Het begrenzen van de groei moet het overwinnen van economische en sociale schade gaan heten.’ Overwinnen we deze schade niet, dan houden we aan het einde van al onze graaierij over wat we werkelijk verdienen: een onleefbare aarde.

Een onmisbare oproep

Göpels boek is op het eerste gezicht misschien een zoveelste oproep tot een Green New Deal, tot een anders economisch denken voorbij uitbuiting en afwenteling naar herstel en mondiale rechtvaardigheid. Wat haar boek toevoegt, is niet alleen de helderheid waarmee ze betoogt, maar ook de handigheid waarmee ze economische ideeĂ«n en sociologische beschouwingen aaneensmeedt in een onontkoombare oproep tot massale verandering. Voor haar beroep op overheidsingrijpen gaat Göpel te rade bij John Maynard Keynes, de grote economische denker uit het begin van de twintigste eeuw, die bijna een eeuw geleden de agenda van de overheid omschreef als ‘de taken en beslissingen die niemand op zich neemt als de overheid dat niet doet’. Göpel vult deze taken en beslissingen in als een noodzakelijke reactie op ‘de tirannie van kleine beslissingen’, een mooie term die alle individuele beslissingen uit eigenbelang omvat die op lange termijn algemeen welzijn in gevaar brengen. Iets verderop geeft ze wat mij betreft de doodslag aan al die types die ingrijpen in de vrije markt gelijkstellen aan marxisme, socialisme of een andere onwenselijkheid: ‘De markt is geen regelvrije ruimte, maar juist door regels ontstaan. Die regels beĂŻnvloeden hoeveel vrijheid we hebben of juist niet, wat ons verboden is en wat niet, welke vernieuwingen er waarschijnlijk komen en welke niet. Anders zou de uiterst lucratieve slavernij waarschijnlijk nooit zijn afgeschaft.’ Boem. Göpel heeft een boek geschreven dat is geslaagd in haar opzet: ze zet de lezer overtuigend aan een ander denken. Ik mag hopen dat niemand haar boek overslaat.

Idealistische economie

De volgende boeken kan de lezer eerder overslaan dan Onze wereld nieuw denken, maar voor wie zich nader wil informeren over de betaalbaarheid van de omwenteling naar een nieuwe economie lijken me dit wel behulpzame boeken. Het eerste is dat van Mariana Mazzucato, Moonshot. Grootse missies voor onze economie en samenleving. Mazzucato’s palmares liegt er niet om: ik vermoed dat ze voor ze goed en wel haar eerste koffie op heeft al minstens drie overheden van fundamenteel economisch advies heeft voorzien. In haar nieuwste boek stelt ze ‘missie-economie’ centraal: het idee dat economisch beleid een groot en wenselijk ideaal als grondslag en doelstelling hanteert. In de eerste hoofdstukken schetst Mazzucato dat het huidige kapitalisme in crisis verkeert. Hierin treft de lezer weinig nieuws: de financiĂ«le sector is zo gestructureerd dat die slechts in termen van kortetermijnwinst denkt, handeldrijven lijdt ĂŒberhaupt aan dat probleem, intussen warmt de planeet onherroepelijk op, voor een groot gedeelte ten gevolge van exploitatiekapitalisme, en staan overheden tandeloos bij het geweld van zo veel vervuilende en weinig aan de grote problematiek bijdragende bedrijven. Wat kunnen we daaraan doen? Mazzucato’s antwoord luidt: missie-economie. Aan de hand van een uitvoerige beschrijving van de economische maatregelen die de maanlanding mogelijk maakten – in het kort: een overheid die de markt niet met rust laat maar bewust beĂŻnvloedt – schetst ze de contouren van economisch beleid dat van de wereld wel een betere plek wil maken. Daar hebben we nu ook genoeg redenen toe en ideeĂ«n omtrent, waarvan de Green New Deal het bekendste is. Mazzucato stelt voor om het economisch beleid dat de maanlanding tot een succes maakte als blauwdruk te hanteren voor de grote doelen die de mensheid nu voor ogen staan: betaalbare gezondheidszorg voor iedereen, het uitbannen van honger, een cyclische economie in plaats van een uitbuitende, enzovoorts. Er valt genoeg aan te merken aan dit boek, zoals dat Mazzucato, in tegenstelling tot Göpel, niet economisch groeidenken als zodanig ten discussie stelt, en dat ook haar missie-economie trekjes vertoont van een denken in een sociaal en ecologisch vacuĂŒm, maar tegelijkertijd toont zij wat mij betreft wel aan dat idealisme en economisch gefundeerd denken goed samen kunnen gaan. Daarom is Mazzucato’s boek een nuttig boek om anders te denken over de relatie tussen economische daadkracht en wereldverbeterend vermogen.

It’s a myth, stupid!

Met De mythe van de staatsschuld heeft hoogleraar economie Stephanie Kelton een visionaire klassieker of een sirenenzang geschreven, zo stelt Koen Haegens in zijn voorwoord van de Nederlandse editie. Kelton is een van de pleitbezorgers van de zogenaamde MMT, de Moderne Monetaire Theorie, een economische denktrant die de conventionele denkwijze over overheidsuitgaven omdraait. In tegenstelling tot TABS (Taxing and Borrowing gaan vooraf aan Spending, ofwel: eerst moet je geld binnenkrijgen voordat je het kunt uitgeven) stelt de MMT STAB voor: een overheid geeft geld uit voordat ze geld binnenkrijgt. Dat kan ze doen omdat ze geldschepper is en in theorie onbeperkt geld kan uitgeven, in tegenstelling tot u en ik die ons huishoudboekje op orde hebben te houden. Staatsschuld is een mythe. Dit is een duizelende gedachte, en het feit dat economen flink steggelen over de waarheidswaarde ervan zegt genoeg over de bom die MMT heeft laten ontploffen in economisch denken. Voor wie economisch onbeslagen ten ijs komt, is Keltons boek evenwel lastig te lezen, en bovendien kiest ze al te bruusk de strategie van de weerlegging: ze positioneert tegenargumenten tegen MMT als mythes die ze vervolgens kan ontkrachten. Die aanpak komt op mij over als een al te retorische, zoals het boek ĂŒberhaupt een pleidooi voor een theorie in plaats van een weergave van de feiten is, maar dat laat onverlet dat we hier te maken hebben met een stem in het debat die we niet kunnen negeren. Want wat als de aanhangers van MMT gelijk hebben? Dan kunnen we een globale missie-economie financieren met massale verandering ten goede als leidraad. Wat houdt ons tegen?

Eerder verschenen in ifilosofie