Zaterdag, 1 september, 2018

Geschreven door: Lieshout, Ted van
Artikel door: Friso, Jaap

Onder mijn matras de erwt

Een gebarsten kleipop met witte kool

[Recensie] De poppen. Ik dacht niet dat ik aan ze ging wennen. Ted van Lieshout schrijft er zelf over dat hij foto‚Äôs wilde van poppen die niet snoezig zijn. Dat is zeker gelukt, ze zijn eng en aanvankelijk onprettig om naar te kijken. Dat komt vooral door de knikkerogen waarmee ze doodsheid uitstralen. Oh wonder, het went. Ze blijven eng maar komen ook tot leven, zeker binnen de context van de po√ęzie. En dan kun je niet anders dan constateren dat het multitalent Van Lieshout opnieuw gelukt is: zichzelf vernieuwen en ontwikkelen en weer andere vormen en beelden vinden. Na alles wat hij ons de afgelopen jaren al¬†aanreikte,¬†blokgedichten en beeldsonnetten. En in het verleden nog veel meer, want pak de oudere po√ęzie van Ted van Lieshout er maar eens bij, dat blijft tijdloos.

In¬†Onder mijn matras de erwt¬†laat de dichter zijn blokgedichten weer grotendeels los maar bewandelt wel het ingeslagen pad van de verhalende po√ęzie. De meeste gedichten vertellen los een verhaal en tezamen vormen ze het verhaal van een meisje dat in grote lijn beschrijft hoe ze zich voelt na de scheiding van haar ouders. Van verbijstering en verwondering:

“Het meisje dat mijn vader wou was eerst/ mijn moeder en toen ik en toen een vrouw / die naast ons woonde. We vonden hem / in haar armen in plaats van de onze. / Maar ik bleef zijn prinses zei hij”

Naar boosheid:

Heaven

“Nu zwaai ik/ en¬† zie hem wel weer een keer. Hij blijft altijd/ mijn vader, maar eeuwiger de man die denkt/ dat dames hem harder nodig hebben dan ik,/ als het avond is en het bed voelt koud. Ik begrijp/ het al sinds hij vertrok. Zijn kind is oud.”

De vertelstem heeft een sterk observerend vermogen en beschrijft hoe het is om er niet bij te horen, om buitengesloten te zijn. In rake en treffende zinnen als:¬† “Er is tot nu toe niemand geweest die heeft gezegd: het is fijn dat je er bent, we hebben al zo lang op je gewacht.”

Het schuurt en schrijnt en confronteert, zoals Van Lieshout dat als geen ander kan. In het gedicht over de potloodventer bijvoorbeeld. Maar het lijkt vooral over afscheid en onveiligheid te gaan. Soms letterlijk, in het gedicht over de nacht waarin de ex-vriend van moeder met geweld het gedicht binnendringt. Meestal overdrachtelijk, vanuit de belevingswereld van een kind dat zich niet gekend voelt door volwassenen, die haar wel regels opleggen. De verhouding met de moeder komt prachtig tot uiting in een humoristisch omkeergedicht over een zeer bekend probleem:¬†¬†“Ik wil mijn dochter, als ik die zou hebben, √≥√≥k een leuk leven weigeren. Ik zou haar verbieden om contact op te nemen met haar vriendinnen en ik zou haar mobieltje afnemen omdat ze almaar met dat ding bezig is en niet ziet dat ik besta”

Door dit soort intermezzo‚Äôs wordt de bundel niet topzwaar, zoals er in de meeste gedichten voldoende lucht en relativering zit. Daarmee is het ook meteen po√ęzie voor alle leeftijden. In mijn¬†Onder mijn matras de erwt¬†laat Van Lieshout opnieuw zien hoe veelzijdig hij is. Poppen van zelfdrogende klei meer dan 25 jaar bewaren en ze vervolgens aankleden, met sjaals, mutsjes en schoenen maar ook met een witte kool op de kop. Of gevangen tussen de¬†doperwten. En dat blijkt nog functioneel ook.

Zonder dat je het doorhebt, tart Van Lieshout sommige ‚Äėwetten‚Äô van de po√ęzie (die natuurlijk helemaal niet bestaan) en verrijkt¬†voor de zoveelste keer¬†het genre. Leg de po√ęzie-griffel maar vast weer klaar.

Eerder verschenen op Jaapleest