Woensdag, 14 oktober, 2015

Geschreven door: Lieven, Dominic
Artikel door: Verplancke, Marnix

Oorlog en revolutie

Volgens de Britse Ruslandkenner Dominic Lieven werd de Eerste Wereldoorlog veroorzaakt door de strijd tussen imperialisme en nationalisme, een strijd die ook vandaag nog woedt, bijvoorbeeld in de Griekenland-crisis. ‘Fundamenteel voelt de Duitser geen enkele historische verantwoordelijkheid voor de Griek,’ zegt hij, ‘En waarom zou hij ook?’

‘Voor de recente oorlog uitbrak, was Donetsk een reusachtige roesthoop, en vandaag is het een reusachtige, gebombardeerde roesthoop.’ aldus Dominic Lieven, hoogleraar Ruslandstudies aan Trinity College in Cambridge en de London School of Economics, ‘Kan Rusland weer een groot rijk worden door Donetsk te veroveren? Natuurlijk niet. Die regio is vandaag enorm verlieslatend en hij zal een gat in de bodem van de Russische staatskas slaan. Zou Frankrijk weer een grote wereldmacht worden als het met de hulp van de Schotten het noordoosten van Engeland kon veroveren? Het is een al even absurde vraag. Dat type historische analogieën houdt geen steek.’ We zitten in Lievens riante Londense herenhuis en praten over Oekraïne en het belang dat dit land altijd al gehad heeft voor zijn grote buur Rusland. Zowel de Oekraïners, de Russen als de Wit-Russen zien zichzelf immers op politiek en religieus vlak als afstammelingen van het meer dan een millennium geleden ontstane Kievse Rijk dat, zoals de naam laat vermoeden, vanuit Kiev werd bestuurd. Neem daarbij dat Oekraïne eeuwenlang zowel de graanschuur als de industriële goudmijn is geweest van Rusland, en dat een groot deel van de bevolking Russisch is, en het plaatje is compleet. ‘Mijn overgrootvader was de eigenaar van Donetsk,’ mijmert de Ruslandkenner nog, ‘waardoor wij Lievens een soort kolensheiks waren. Het was een regio die enorme winsten opleverde, maar dat is allemaal verleden tijd.’

En zo ook het imperium van de Lievens, dat al te nauw aan dat van de Russische tsaren was gelinkt om de revolutie van 1917 te overleven. Vice-admiraal Alexander Lieven, tussen 1911 en 1914 stafchef van de Russische marine, was zijn oudoom, een imposante figuur, met een tam aapje op de schouder, een echte zeebonk ook. Lievens voorvaderen waren Baltische Duitsers met Russische banden die deel uitmaakten van de Sint-Petersburgse aristocratie. ‘Natuurlijk is het fantastisch om in zo’n familie geboren te worden,’ glimlacht Lieven, ‘en het zou nog fantastischer zijn als we ons fortuin nog hadden. (lacht) Het grootste deel van onze paleizen en landhuizen staat nog overeind. Onlangs was ik in Estland op een conferentie in het kasteel waar mijn overgrootvader heel zijn leven woonde. Iedereen excuseerde zich omdat het landgoed niet meer van mijn familie is. Compleet onnodig. Stel je voor wat een hels karwei het is om zoiets te runnen. Ik probeerde ze aan het verstand te brengen dat ik heel gelukkig ben dat ik eens per jaar op bezoek mag komen en dat iemand anders zich nu zorgen maakt over het lekkende dak.’

We zochten Dominic Lieven op naar aanleiding van het verschijnen van het boek Oorlog en revolutie, waarin hij WO I vanuit een Russisch perspectief bekijkt. Hoe raakte Rusland verstrikt in de oorlog? Welke belangen stonden er op het spel? Wat was de invloed van de oorlog op het uitbreken van de revolutie? En natuurlijk: welke rol speelde Oekraïne erin?

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Dominic Lieven: ‘Ik heb een traditionele kijk op het ontstaan van de Eerste Wereldoorlog: als een strijd tussen imperialisme en nationalisme. In de twee decennia voor de oorlog veroverden de Amerikanen de Filipijnen, de Britten de Zuid-Afrikaanse Boerenrepubliek, de Fransen Marokko, de Japanners Korea en de Russen Mongolië. Het was de hoogbloei van het imperialisme, maar er ontstond ook steeds meer wrevel in die grote imperia. Mensen voelden er geen band mee en het beleid leek onpersoonlijk en heel ver weg bepaald te worden. Het Oekraïens nationalisme is ontstaan rond 1870. Tot die tijd was de overweldigende meerderheid van de Oekraïense intelligentsia ervan overtuigd dat er wel zoiets als een regionale identiteit bestond, maar dat zij in essentie toch Russen waren. Oekraïne was de meest Russische van alle Russische provincies aangezien de Russische dynastie en orthodoxie er hun oorsprong vonden. In het laatste kwart van de negentiende eeuw ontstond er echter een ander gevoel, dat Oekraïne niet-Russisch was. Voor de Russen kwam dit als een grote verrassing omdat het land zonder de Oekraïense landbouw en kolen- en staalindustrie zou ophouden een wereldmacht te zijn. Bovendien zou een onafhankelijk Oekraïne de deur openzetten voor nog meer afscheidingen, vreesde men. De Wit-Russen zouden dan al vlug volgen. Wat we vandaag in Oekraïne zien is de doodsstrijd van een voormalig wereldrijk. De machtsstrijd tussen imperialisme en nationalisme is daar drie generaties lang bevroren geweest door de invoering van het communisme. En nu zie je die weer oplaaien’.

Heeft Poetin het dan gewoon moeilijk met het einde van het Russische rijk?

Lieven: ‘Ja, en dat hoeft ook niet te verbazen. Om precies te begrijpen wat met Rusland gebeurd is in de jaren 1990, moet je je voorstellen dat Groot-Brittannië zijn wereldrijk in de jaren 1930 van de ene dag op de andere verloren zou hebben. Daar zou je dan nog eens de onafhankelijkheid van Schotland en Wales moeten bijtellen – de equivalenten van Oekraïne en Wit-Rusland – een depressie die veel erger was dan die uit de jaren dertig en een totale ineenstorting van de parlementaire democratie en de monarchie, zoals het de communistische partij verging. Zelfs een flegmatieke, thee slurpende Engelsman zou dan toch wel even van zijn a propos zijn, denk ik. En het is zelfs nog erger, want geen enkele Engelsman denkt dat de wortels van zijn identiteit in Edinburgh liggen, terwijl die van de Russen wel in Kiev terug te vinden zijn. Dit is geen excuus voor hetgeen waar Poetin mee bezig is, want dat is echt gevaarlijk, maar het plaatst alles wel binnen perspectief. Bovendien kun je de Oekraïne-crisis echt niet reduceren tot Russische kwade wil. Zelfs niet tot een combinatie van Russische kwade wil en Westerse stupiditeit, ook al is deze niet te onderschatten. Zoals ik het zie kon Oekraïne in 1991 pas onafhankelijk worden op voorwaarde dat er geen keuzes gemaakt zouden worden tussen oost en west. Want van zo gauw dat zou gebeuren, zat je met een burgeroorlog. We hebben sindsdien altijd nipt verkozen regeringen gehad die naar het westen of naar Rusland leunden en die de kerk in het midden trachtten te houden. Toen dat evenwicht verstoord werd, liep het fout. Het voorstel dat Oekraïne zou toetreden tot de NAVO was domme provocatie. Natuurlijk zat Poetin dan op de kast.’

Voor Lieven is WO I in essentie een Oost-Europese oorlog, zegt hij, de Fransen en de Britten raakten er alleen maar bij betrokken omdat ze niet wilden dat Duitsland Europa zou domineren. Het uiteenvallen van het eeuwenoude Ottomaanse rijk dat in 1529 was opgerukt tot voor de poorten van Wenen en dit in 1683 nog eens overdeed lag aan de basis ervan. Op het einde van de negentiende eeuw was dit rijk nog een schaduw van zichzelf en na een paar interne revoluties hing het praktisch in de touwen. In 1912 braken de Balkanoorlogen uit, waarbij Servië, Griekenland, Bulgarije en Montenegro zich definitief van de Turken ontdeden. Servië behaalde de grootste successen, in dergelijke mate dat buurland Oostenrijk-Hongarije er zenuwachtig van werd. Toen Gavrilo Princip op 28 juni 1914 de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand doodschoot in Sarajevo, hoofdstad van de toenmalige Oostenrijkse provincies Bosnië en Herzegovina, bleef het aanvankelijk stil. Princip behoorde tot De zwarte hand, een Servische geheime organisatie die Bosnië en Herzegovina van Oostenrijk wou losscheuren om ze bij Servië te voegen. Achter de schermen pleegde Oostenrijk-Hongarije overleg met Duitsland, dat op 6 juli zijn onvoorwaardelijke steun toezegde en daarmee in feite een blanco cheque uitschreef. Op 23 juli stelde Oostenrijk-Hongarije Servië een vernederend ultimatum: het diende alle schuld voor de moord op zich te nemen en Oostenrijkse politie toe te laten op zijn grondgebied zodat Princips aanslag tot op het bot uitgezocht kon worden. Die laatste eis was te veel voor Servië, waarna Oostenrijk-Hongarije het land op 28 juli de oorlog verklaarde. De bondgenootschappen die de jaren voordien gesloten waren tussen verschillende Europese staten zorgden er op korte tijd voor dat het hele continent in brand vloog. ‘Beweren dat de moord op Frans Ferdinand de aanleiding was voor de oorlog, gaat wat ver,’ aldus Lieven. ‘Zonder die moord was er geen oorlog geweest in 1914, maar misschien wel in 1915 of 1916. De Oostenrijkers zochten immers een stok om de hond te slaan omdat ze absoluut niet konden leven met een onafhankelijk Servië dat hun belangen zou ondermijnen in de Balkan. Maar wat in Servië gebeurde was inderdaad verontrustend. Nog vier à vijf jaar, zeiden de Servische generaals, en we hebben een leger van een half miljoen soldaten. Geef Oostenrijk maar eens ongelijk wanneer het daar iets wou tegen doen zo lang het nog kon.’

Hoe raakte Rusland betrokken bij de oorlog? In 1905 had het nog een smadelijke nederlaag geleden tegen Japan. Het land was toch oorlogsmoe?

Lieven: ‘Ja, maar het kon ook niet over zich heen laten lopen. Op 30 juli diende Rusland te mobiliseren omdat Oostenrijk-Hongarije dat ook had gedaan en het een bondgenoot was van Servië. Daarop verklaarde Duitsland Rusland de oorlog. Het sleutelmoment is echter 6 juli 1914, toen de Duitsers de Oostenrijkers beloofden hen onvoorwaardelijk te zullen steunen. De grote vraag is waarom ze dat deden. En dan blijkt toch dat dit de verantwoordelijkheid van slechts een paar mensen was. De keizer was hier cruciaal. Als hij gezegd had dat de Oostenrijkers het hoofd koel dienden te houden, was alles wellicht anders verlopen. Maar voor hem speelde de moord op Frans Ferdinand een grote rol. Het waren goede vrienden. Bovendien geloofde hij dat er een eeuwige rivaliteit bestond tussen de Slaven en de Teutonen en dat die alleen met bloed beslecht kon worden. De Duitse legertop gaf hem daarin geen ongelijk. Die was ervan overtuigd dat er een oorlog zat aan te komen, en hoe eerder hoe beter. Ze vreesden immers dat de Russen sterker aan het worden waren. De belangrijkste man was echter rijkskanselier Theobald von Bethmann Hollweg. In de zomer van 1913 schreef hij nog dat een Oostenrijkse militaire actie tegen Servië tot een Russische interventie zou leiden, waarna er een algemene Europese oorlog zou uitbreken. En dat wou hij niet. Waarom hij een jaar later van mening veranderde is onduidelijk. Bethmann Hollweg was van nature een pessimist, geobsedeerd door een groeiende Russische macht. Dat kan een rol gespeeld hebben, en de overtuiging dat wanneer Duitsland en Oostenrijk samen op tafel zouden slaan de Russen misschien niet in actie zouden komen.’

Leidde de oorlog tot de Russische revolutie?

Lieven: ‘De oorlog maakte de revolutie alleszins waarschijnlijker. De kans dat de bolsjewieken aan de macht waren gekomen zonder oorlog is groot, maar de kans dat ze die macht ook hadden kunnen behouden is daarentegen klein. Een buitenlandse interventie lag dan voor de hand, wat bijna zeker een Duitse interventie geweest zou zijn. Het idee dat de andere wereldmachten Rusland zouden toegelaten hebben het hoofdkwartier van het internationale socialisme te worden, waarbij ze miljarden aan leningen af hadden moeten schrijven en Duitsland de Duitstalige gemeenschappen in bijvoorbeeld de Baltische regio aan hun lot had moeten overlaten, is absurd. De oorlog veranderde dat. Die gaf Lenin meer dan een jaar de tijd om zijn macht te consolideren.’

Wereldoorlog II wordt wel eens gezien als een logisch uitvloeisel van het mislukken van het Vredesverdrag van Versailles van 1919? Waarom was dit gedoemd te mislukken?

Lieven: ‘Omdat het een verdrag was dat expliciet gesloten was tegen Duitsland en Rusland, toen de twee machtigste staten van Oost-Europa. Duitsland was de verliezer en Rusland werd zelfs niet uitgenodigd.’

Waarom werd Rusland buitengesloten? Dat land had toch ook drie jaar tegen de Duitsers gevochten, van de zomer van 1914 tot de oktoberrevolutie van 1917?

Lieven: ‘Omdat het middenin een revolutie en een burgeroorlog verkeerde natuurlijk. Welk Rusland had men in Versailles aan tafel moeten uitnodigen, dat van de communisten die in Moskou aan de macht waren, of dat van de contrarevolutionairen die door de geallieerden werden gesteund en grote delen van het land in hun macht hadden? Je kan dus niet zeggen dat Rusland bewust geweerd werd. Het was eerder zo dat de revolutie de Russen had uitgerangeerd. Maar dat neemt niet weg dat het resultaat een ramp was. Toen Hitler in de jaren dertig in de buurlanden aan het plunderen sloeg was het daardoor onmogelijk om een gemeenschappelijke vuist te maken. Stalin ging nooit voluit tegen de nazi’s, enerzijds omdat hij alleen stond, maar ook omdat hij op internationaal vlak een realpolitik voerde. In het geval dat de Fransen, de Britten en de Russen samen een oorlog zouden beginnen tegen Duitsland, lag het voor de hand wie het meeste zou moeten doen. De Britten zetten in 1939 amper twee divisies in op het continent en de Fransen beperkten hun acties tot het eigen grondgebied. Wat deden ze bijvoorbeeld voor Polen? Niets. Het is dus best te verstaan dat Stalin vrede wou met Hitler. Alleen misrekende hij zich. Maar dat deed iedereen. Niemand – ook de Duitse generaals niet – durfde bijvoorbeeld te vermoeden dat de Fransen op zes weken tijd van de kaart geveegd zouden zijn.’

Zou de wereld er vandaag anders uitzien als de Russen niet buitengesloten waren geweest in Versailles?

Lieven: ‘Stel dat er geen Russische revolutie was geweest, en de Russen er wel bij waren geweest in Versailles, dan zou het land nog steeds geïsoleerd hebben gestaan, als enige Oost-Europese natie en als enige monarchale autocratie. Vergeet niet dat na de intrede van de Amerikanen de oorlog om democratie draaide. De tsaar zou dan toch een vreemde eend geweest zijn in de bijt van Versailles. Voor Frankrijk, vanouds een bondgenoot van de Russen, zouden de kaarten alleszins anders hebben gelegen. Het zou niet zo geïsoleerd gestaan hebben. Het contradictorische aan WO I is immers dat Frankrijk – toch een overwinnaar – er in 1919 zwakker voor stond dan in 1914. Het was zijn grootste partner – Rusland dus – kwijt.’

In hoeverre speelt de strijd tussen imperialisme en nationalisme vandaag nog steeds?

Lieven: ‘Nationalisme komt niet uit de lucht vallen. Het is veelal een reactie op een te vlug en onpersoonlijk modernisme, waarbij traditionele levensvormen op heel korte tijd verwoest worden en mensen zonder enige sociale cohesie opeens bij elkaar gegooid worden in grote steden. Men voelt zich ten prooi vallen aan een louter economische logica. De natie kan dan een schild zijn dat op emotioneel en intellectueel gebied bescherming biedt tegen de meedogenloosheid van het internationale kapitalisme. Dat is wat ook vandaag gebeurt. Mensen kunnen zich werkelijk thuis voelen in een natie die hen een identiteit en een plaats in de geschiedenis geeft. Dat wordt nogal eens weggelachen met het verhaal dat alleen grote naties veel macht hebben en dat die machtige naties de geschiedenis sturen, maar het probleem is dat die grote, continentale naties weinig in huis hebben om mensen te enthousiasmeren. Misschien droeg het feit dat Europa uit kleine staatjes bestond wel bij tot zijn dynamisme en heeft het daardoor zo’n belangrijke rol kunnen spelen in de wereldgeschiedenis. En misschien leidde dit nadien tot een grote rivaliteit tussen die naties en Europa’s uiteindelijk zelfdestructie in de twintigste eeuw. Wie zal het zeggen?’

Is de EU in dit licht een goed of een slecht idee?

Lieven: ‘Tijdens mijn olijkste momenten zeg ik wel eens dat het domste wat de Duitsers ooit deden het beginnen van WO I was, en het tweede domste die oorlog vervolgens verliezen. Waarom is er een EU? Om alle macht van het continent de concentreren waardoor we op wereldschaal ons mannetje kunnen staan. Economisch lukt dat voortreffelijk, maar politiek veel minder. De EU schippert tussen een continentale natie en een amalgaam van kleine natiestaten, een spreidstand die steeds moeilijker vol te houden is. Duitsland was bijvoorbeeld wel bereid de voormalige DDR economisch drijvende te houden, maar wanneer het over de Grieken gaat, merken we dat er een heel andere positie wordt ingenomen. En dat komt niet alleen doordat die Duitser een Duitser is en die Griek een Griek, maar ook doordat die Duitser geen enkele historische verantwoordelijkheid voelt voor die Griek. En waarom zou hij ook?’

Wat opvalt aan uw boek is hoezeer mensen een eeuw geleden in termen van oorlog dachten. Dan leven we vandaag toch in een andere wereld.

Lieven: ‘Iedereen besefte dat die oorlog het continent een paar generaties terug de tijd in kon katapulteren, als hij al niet tot de totale vernietiging van de Europese beschaving zou leiden. Zo naïef was men dus niet. Anderzijds waren er een paar decennia eerder nog oorlogen gewonnen. Dat behoorde dus tot de mogelijkheden. Het was gewoon kwestie als eerste het initiatief te nemen, hard genoeg te vechten en agressief genoeg te zijn, dacht men. Alle generaals wisten hoe destructief het moderne wapentuig was, en hoeveel slachtoffers een oorlog zou maken, alleen leek die oorlog onoverkomelijk en winbaar. Vandaag denken wij Europeanen inderdaad anders, maar of dat ook voor de Chinezen en de Amerikanen geldt, is nog maar de vraag. En het zijn zij die de wereldorde bepalen, niet wij. Je mag dan wel denken dat je je internationale relaties kunt regelen door als een kat op de grond te gaan liggen spinnen, ooit komt er iemand langs die zijn laars op je kop plant. Vergeet niet dat wij staan waar we staan door de Amerikaanse militaire macht. Wat als die in de toekomst verkleint en die van China toeneemt? Dat land heeft een heel andere politieke traditie en de kans dat het op korte termijn een democratie wordt is klein. Begin tegen een Chinees over de Holocaust en hij zal je na twee zinnen onderbreken met de nuchtere opmerking dat hij daar niets mee te maken heeft en dat er trouwens meer Chinezen door de Japanners zijn vermoord dan dat er Joden in de concentratiekampen zijn gebleven. En dan kun jij wel opmerken dat er nog meer Chinezen door Mao zijn vermoord, veel begrip zal hij daar niet voor opbrengen.’

Verschenen in Knack.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *