Dinsdag, 24 juni, 2008

Geschreven door: Welagen, Robbert
Artikel door: Stoffelsen, Daan

Philippes middagen

Een volstrekt natuurlijke, vormelijke sfeer

In 2006 debuteerde Robbert Welagen met de novelle Lipari, waarin een jongeman een gefortuneerd koppel ontmoet. In onthechte, van beleefde cliché‘s aan elkaar hangende gesprekken openbaren deze rijke mensen zich in hun ongrijpbaarheid: hij een sociaalvaardige gek, zij een kil, prachtig spook. Niet alleen de leegheid van hun bestaan, maar vooral het mysterie van hun onverifieerbare verhalen maakte Lipari een ijzersterk debuut, dat de Selexyz Debuutprijs kreeg. Welagens tweede, Philippes middagen, bevat minder mysteries, meer ijzersterk lege dialogen maar nog net iets te veel analyse om perfect te zijn.

Er is maar weinig nodig om een mens terug te brengen in zijn verleden, maar dat weinige moet dan wel erg groot zijn. Voor Robbert, de 27-jarige hoofdpersoon van Philippes middagen, is dat het opduiken van een vrouw die hij twaalf jaar geleden tweemaal heeft ontmoet, in een omgeving die in weinig verschilt van de enscenering van de gebeurtenissen toen. Een omgeving van grote, net niet te zeer gevulde huizen, tennisbanen en autoritjes om de tijd door te brengen.

‘“Het is erg fijn om in een auto te zitten,” zei ik.
“Vind je dat?”
“Ik zit niet vaak in auto’s. Het heeft iets lichts over zich. Ik weet ook niet waarom.”
“Ik denk dat ik weet wat je bedoelt. En het is ook niet zo gek. Het zit een beetje in je bloed. Je opa was ook gek op auto’s.”
“Ja?”
“Hij verzamelde ze. In de jaren zestig. Een rode Lancia, een rode Porsche. Hij was gek op rood. En deze blauwe dus. Ik geef zelf niet zoveel om auto’s. Ik rijd ze af, totdat ze kapot zijn. Anders staan ze ook maar in de paardenstallen te verroesten.”
“Ik geef ook niet zoveel om auto’s.”
“Dat geloof ik graag,” zei hij glimlachend.’

Een lege dialoog, verwarrend, chaotisch, afstandelijk. Het gesprek tussen de 15-jarige Robbert en Philippe, de man die hij ontmoet had op het terras van de tennisbaan achter hun huis, en die zijn vader zegt te zijn, brengt niets meer over dan de verhouding tussen deze twee. Een ongemakkelijke verhouding, van twee mensen die elkaar net hebben leren kennen, die weten dat ze zeer persoonlijk en intiem zouden moeten zijn, maar het niet kunnen.

Boekenkrant

Een lege dialoog, volstrekt natuurlijk, vormelijk, niet inhoudelijk. Met korte gesprekken als deze, geen handelingen, en veel sfeer weet Welagen zijn personages gevangen te zetten in hun karakters en relaties. Ze zijn zich er moedeloos bewust van.

‘En toen wist ik dat het nooit iets zou worden. Philippe, Louise en ik. Het was slechts een dagdroom, van Louise en mij. Er zouden alleen maar wat middagen zijn. Toen ik dat besefte, in de tuin van het huis van onbekenden, had ik het gevoel het leven doorgrond te hebben. Er zijn slechts een paar middagen, en de rest is allen maar tijd.’

In de loop van het boek lossen de mysteries zich op, het wordt snel duidelijk hoe Robberts moeder aan haar weinige geld komt – het grote lege huis waar ze twee kamers in bewonen is van een welwillende, bevriende man –, wie Philippe is, hoe nietsnuttig hij is, waarom hij uit beeld verdwenen is, en, jaren later, wat er van Louise gekomen is, de vrouw die Robbert op een avond bij een vriendinnetje ziet, en die de herinnering op gang heeft gebracht. Welagen doet het elegant, losjes, licht, met een trefzekere nonchalanche.

Het is de nonchalanche van zijn personages, in Lipari, in Philippes middagen, mensen met geld, te veel vrije tijd, die zich gewend hebben aan beleefde rituelen en nietszeggende al te vriendelijke gesprekken. Zoals gezegd, Welagens personages zijn zich ervan bewust, en dat leidt tot iets te mooierige introspectie:

‘Ik weet niet hoe dat moet, iemand binnenlaten in mijn leven, in het nu. Ik kan alleen maar naar de dingen kijken als een herinnering. Een vlekkerige foto, gevonden in een huis van onbekenden, waar je zelf de betekenis bij moet verzinnen.’

Mooi gezegd, maar overbodig. De gesprekken en de spaarzame handelingen geven al de indruk die de commentaren versterken: Robbert komt naar voren als een vroegwijs mannetje en jongeman met een overdosis melancholie en een gebrek aan sociale intelligentie. ‘In character’, ja, maar irritant. De geloofwaardigheid van het personage botst hier dan misschien met mijn ergernis over het literaire cliché dat zulke jongemannen vormen, of dat ik zelf tezeer benader. Het is hoe dan ook een kleine, niet dominerende smet op het blazoen van Welagen, dat alleen maar in aanzien kan en hoort te groeien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *