Zondag, 14 januari, 2018

Geschreven door: Koolschijn, Gerard
Artikel door: Lierop, Tea van

Plato's oplossing voor de planeet

Het wankel evenwicht tussen macht en moraal

[Recensie] “Na het aantreden van een nieuwe president van de Verenigde Staten is de Doomsday Clock door het Bulletin of the Atomic Scientists dertig seconden vooruitgezet. Volgens het Bulletin staat de klok nu op twee en een halve minuut voor middernacht. Al enkele miljoenen jaren lopen over de aardbol mensachtigen rond. Homo sapiens, onze eigen soort, is er zo’n driehonderdduizend jaar. Onlangs, zo’n vijfduizend jaar geleden, heeft deze mensensoort voor het eerst zijn gedachten op schrift gesteld. Sindsdien is veel onheil voorspeld,” aldus Gerard Koolschijn.

Dit zijn beslist geen bemoedigende gedachten, er gaat een enorme dreiging vanuit, welke adviezen zou Plato voor ons in petto hebben?

Plato (427-347) was een leerling van Sokrates (469-399) en heeft de ideeën van zijn leermeester op schrift gesteld in de vorm van dialogen. Sokrates zelf heeft niets opgeschreven, hij was de wandelende filosoof die graag één op één discussieerde met z’n tegenstander.

In die dagen waren er in de stadstaat Athene voor- en tegenstanders van de democratie.  Democratie komt van demos (volk) en kratos (heerschappij) op en klinkt ons als de meest ideale regeringsvorm in de oren. In de tijd van Sokrates en Plato waren de meningen, over hoe een volk bestuurd moest worden, verdeeld. Democraten en aristocraten stonden lijnrecht tegenover elkaar. Plato legt in zijn teksten uit of een democratie onder elke omstandigheid wel de beste vorm is. Gerard Koolschijn heeft in vijf hoofdstukken een aantal politieke denkbeelden van Plato bijeengebracht.

Wordt Vervolgd

Plato’s idee is dat de menselijke psyche een hopeloos geval is, het merendeel van de mensheid loopt reddeloos achter zijn korte termijn impulsen aan. Ook vond hij dat de menselijke intelligentie, voor zover aanwezig, doorgaans verkeerd gebruikt wordt, namelijk om rijkdom en daarmee genot op korte termijn te bereiken.

Staatsburgerschap

De eerste is De democratische ideologie. De opzet heeft in de originele versie een dialoogvorm. Gerard Koolschijn heeft die structuur in deze stukken niet gebruikt, maar de levendige discussie tussen Protagoras, een sofist die zich moet verdedigen tegen Sokrates, is moeiteloos voor te stellen. De jonge Hippokrates zou best les willen krijgen van de beroemde ‘professor’, wat zou hij kunnen leren van Protagoras.

“Dat zal ik u zeggen, Sokrates. Wanneer hij zich tot mij wendt zal hij precies het onderwijs ontvangen waarvoor hij komt. Dat wil zeggen dat hij zal leren zijn verstand te gebruiken zowel over zijn eigen zaken, hoe hij zijn vermogen het best kan beheren, als over staatszaken, hoe hij zijn talent moet gebruiken om in het openbare leven een actieve rol te kunnen spelen.”

Vervolgens ontstaat er een tweegesprek over de mogelijkheid of je iemand wel kunt opleiden tot een goed staatsburger. Sokrates meent dat je dat niet kunt leren of overdragen, dit in tegenstelling tot technische vaardigheden. Er volgt een lange uiteenzetting van Protagoras, en Sokrates lijkt onder indruk, maar heeft nog een klein vraagje: “Is morele kwaliteit hetzelfde als rechtvaardigheid, zelfbeheersing en zuiverheid?” Dan volgt een zogenaamd typische Socratische discussie die Socrates wint door in te gaan op de zuivere betekenissen van die woorden. Wat zouden we kunnen leren van deze ideologie? Wie moeten er in de regering zitten, wie is er zuiver genoeg om zijn land goed te dienen? En dan niet door de bevolking zijn zin te geven in het vervullen van allerlei korte termijnwensen, maar kijken naar het algemeen belang? Verderop in de dialoog wordt er gezocht naar goede politici in het oude Athene. Er is er niet één bij die de bevolking beter heeft achtergelaten. Concluderend: welke staatsvorm zou wel goed zijn voor de bevolking?

Moraal

In het tweede stuk De rechtse aanval op de moraal stelt Plato dat in alle gevallen, ook in een democratie het recht van de sterkste geldt en het doel genot is. Sokrates verwijt hier zijn opponent dat deze zijn waarheid, zijn enig bezit, afneemt door een aantal valse getuigen tegen Sokrates op te roepen. De stelling van Sokrates is: “Een mens kan niet gelukkig zijn wanneer hij onrecht pleegt en immoreel is”. Er volgt een discussie waarbij de tegenstander langzaam in het nauw gedreven wordt en Plato voert zijn broers als advocaat van de duivel op.

De aard van de moraal is het zich houden aan onderlinge afspraken, dit kunnen overeenkomsten zijn, al dan niet vastgelegd in wetten. Het zich houden aan zo’n afspraak kan ook tegen iemands zin zijn, dus iemand doet alsof hij recht wil doen vanwege de sancties die zouden volgen op het niet naleven van de afspraken. Dat is toch iets anders dan het goede doen vanuit jezelf. Je doet het voor een goede reputatie zoals ook Homerus al beweerde.

“Voor een onberispelijke koning, die de goden vreest en het recht handhaaft, draagt de zwarte aarde tarwe en gerst en zijn de bomen zwaar van vruchten.”

Het kan nog mooier:

“[…] nog geweldiger zijn de beloningen van de goden die Mousaios en zijn zoon aan rechtvaardige mensen geven. Die nemen hen in hun verhalen mee naar de Hades en laten hen met de vromen in feestelijke kledij aan luisterrijke diners aanzitten om verder voor altijd dronken te blijven, alsof de mooiste beloning voor goed gedrag een eeuwige dronkenschap is. Zondaars en misdadigers daarentegen begraven ze in een soort modder en dwingen ze water te dragen in een zeef.”

In dat geval is er sprake van schijnheiligheid en je kunt rustig stellen dat er niet zoveel mensen zijn die zich aan wetten en regels houden puur omdat ze goed willen doen.

Psyche

Het derde stuk ‘De argumenten van de moraal’  handelt over de rol van de psyche. Bestaat de psyche uit verschillende delen en zo ja, hoe zouden die elkaar kunnen beïnvloeden? Om te beginnen is er het rationele, het denkende, deel en het irrationele, het begerende, deel. Dan schijnt er ook nog een derde deel te zijn, de woede. Homerus had het er al over in één van zijn verzen: “Slaand op zijn borst berispte hij toen zijn hart met de woorden.”

Het gaat er natuurlijk om hoe deze drie delen tot elkaar verhouden. Plato pleit voor het samengaan van wetenschappelijke macht en politieke macht. Iedereen die leiding nodig heeft moet aan kunnen kloppen bij iemand die leiding kan geven, net zoals je naar een dokter gaat wanneer je medische zorg nodig hebt. Er zal maar een kleine groep wetenschappers overblijven die tijdens het hele traject naar de top doelgericht bezig blijft en zich niet laat afleiden door de omgeving. Om hem heen zullen er mensen zijn die hem ervan willen houden om wetenschapper te worden.

Een kandidaat die in alles uitblinkt, zal door zijn familie aanbeden worden en zijn toekomstige macht alvast reserveren voor zichzelf, hij zal daardoor visioenen krijgen van een het beheersen van een groot rijk met alle decadentie die daarbij hoort. Wanneer hij dan aangesproken wordt op gebrek aan inzicht gaat hij twijfelen. Misschien overweegt hij zich aan de wetenschap te wijden, maar dan krijgt dan bonje met zijn familie, want die zien hun kans op de toekomstige goudmijn verdwijnen.

Wanneer je een parallel trekt van bestuurders die er nu zitten, met die van de ideale situatie die Plato beschrijft zijn er nogal wat verschillen. Alleen hoe politiek en bedrijfsleven met elkaar verweven lijken is al een situatie die Plato onwenselijk acht. Denk maar aan de lobby industrie in Brussel. Verder mag eenieder voorbeelden bedenken van hoe de situatie nu is, waarom onze mooie planeet het zo zwaar te verduren heeft en wat we er zelf aan kunnen doen.

De laatste twee hoofdstukken gaan over de verschillende staatsvormen en de verdediging van Sokrates. Heel interessant om te zien hoe een ideale bestuursvorm kan afglijden. Het is toch echt de mens zelf die dit veroorzaakt. De Verdediging bevat delen van Sokrates’ pleidooi voor zijn rechters en is ook een verdediging van zijn politieke houding.

Na het lezen van deze stukken kun je er niet omheen dat het niet goed gaat met onze planeet. Voor de oorzaken kunnen we bij Plato terecht, voor de oplossingen ook. Nu de uitvoering nog. Plato’s oplossing voor de planeet is op zich toegankelijk geschreven, met de aantekening dat wie voorkennis heeft van de leer van Plato en Sokrates in het voordeel is. Maar ik wil eraan toevoegen dat met enige inspanning en motivatie het een verrijking is om te zien hoe 2500 jaar geleden al nagedacht werd over zaken waar wij in ons dagelijks leven nog veel van kunnen leren.

Over de auteur

Gerard Koolschijn (1945) is een Nederlands vertaler en schrijver. Hij legde zich toe op de vertaling van klassieke literatuur, met name van Griekse tragedies en de filosoof Plato. Hij schreef Het democratische beest over Plato en de roman Geen sterveling weet.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken