Maandag, 21 september, 2020

Geschreven door: Ebbinge, Barwolt
Artikel door: Visscher, Robert

Rottumerplaat – Verboden eiland in de Waddenzee

Op bezoek op ‘verboden eiland’ Rottumerplaat

Stuivend zand, ruziënde vogels en een woeste zee. Barwolt Ebbinge zag het allemaal op Rottumerplaat. Hij verbleef er jarenlang en beschrijft met aanstekelijk enthousiasme hoe onderzoekers het verboden eiland bestuderen.

[Recensie] Rottumerplaat spreekt niet alleen tot de verbeelding als onbewoond eiland, maar ook door het spraakmakende schrijversbezoek van Godfried Bomans en Jan Wolkers. In 1971 zaten zij er beiden, afzonderlijk van elkaar, een week. Bomans schreef openhartig over zijn ervaringen. Hij noemde dat hij in de eenzaamheid stemmen hoorde waar hij, vooral ’s nachts, angstig van werd. Hij was vooral met zichzelf bezig. Wolkers legde de focus op zijn omgeving en benoemde minder wat hij voelde. Hij benadrukte juist de natuur om hem heen: een eiland vol kriebelende beestjes, zonnende zeehonden en door de lucht scherende vogels. De schrijver liep er zelfs naakt rond.

Angstvisioenen

Bomans en Wolkers gaven Rottumerplaat een gezicht en ze wekten de indruk dat het bijzonder was dat er mensen op het eiland waren. Het is immers verboden gebied, je mag het niet zomaar bezoeken. Toch is ‘de Plaat’ niet helemaal onbewoond. Vaak zijn er meerdere onderzoekers aan het werk. Een van hen was Barwolt Ebbinge, die het boek Rottumerplaat. Verboden eiland in de Waddenzee schreef over zijn avonturen daar. Hij was als bioloog werkzaam bij Alterra Wageningen UR, doet al vijftig jaar onderzoek naar ganzen en verbleef jarenlang als vogelwachter op het eiland.

Kookboeken Nieuws

Zo schrijft Ebbinge bijvoorbeeld uitvoerig over het gevecht met het zand. Om de Waddeneilanden te beschermen zijn dijken en duinen nodig. Het kost veel geld om ze aan te leggen en een mooie oplossing zijn daarom de zogeheten stuifdijken.

Daarbij wordt op strategische plaatsen een hoop zand neergelegd en even verderop plaatsen onderzoekers rijshoutschermen. De wind verplaatst vervolgens het zand en doet eigenlijk al het zware werk, waarna de rijshoutschermen het op de juiste plek vasthouden. Op die manier wordt de stuifdijk steeds hoger. Het is daarbij belangrijk dat je op de juiste plaats het zand neerlegt. Dat ging in het begin bij Terschelling nogal mis, maar Ebbinge laat goed zien dat onderzoekers dit steeds beter in de vingers krijgen. Ook op Rottumerplaat is deze techniek toegepast en de stuifdijken keren regelmatig terug in het boek.

Reislustige rosse grutto

Dat nieuwe waterkeringen nodig zijn, blijkt wel uit een blik op hoe het eiland door de jaren heen verandert. In de jaren zestig was het nog een langgerekt eiland, een beetje zoals Schiermonnikoog en Terschelling. Maar inmiddels is het eiland door de gure wind en het klotsende water meer bolvormig geworden en heeft het nu het uiterlijk van een garnaal. Het laat maar weer eens zien dat de Waddeneilanden voortdurend veranderen.

De meest interessante stukken van het boek gaan over de vogels. Daar weet Ebbinge ook het meeste van. Hij beschrijft hoe hij, samen met zijn vrouw, de dieren telt en daarbij zo min mogelijk hun leefomgeving verstoort. Mooi zijn ook de verhalen over de afstanden die de vogels afleggen. Zoals een rosse grutto die op reis van West-Afrika naar Siberië ook even Rottumerplaat aan doet. Dat weten we door de zendertjes die ze meedragen. Ebbinge schrijft met aanstekelijk enthousiasme over de Plaat. Het is alsof je samen met hem en zijn partner, de fotografe Doortje Dallmeijer, op pad gaat en zo toch zelf dit verboden eiland bezoekt. Hij laat ook duidelijk zien dat het niet ‘zijn eiland’ is en schrijft uitgebreid over anderen die een belangrijke rol hebben gespeeld op dit onderzoekseiland. Zo noemt hij oude vogelwachters, werknemers die hielpen de stuifduinen aan te leggen en schippers die mensen en spullen naar de Plaat brachten. Als Rottumerplaat al zoiets als echte inwoners heeft, naast de dieren, dan zijn zij het en Ebbinge zet ze terecht in de spotlights.

Eerder verschenen op Nemo Kennislink