Vrijdag, 8 januari, 2021

Geschreven door: Weststeijn, Willem G.
Artikel door: Heijster, Karl van

Russische literatuurgeschiedenis

De top van de Russische letterkunde – en daar voorbij

[Recensie] Hoe frustrerend moet het zijn om te schrijven in Rusland: hoe goed je ook bent, je zal het altijd afleggen tegen je voorgangers. Want met namen als Poesjkin, Gogol, Tolstoj, Dostojevski, Toergenjev en Tsjechov in je literaire canon, moet je van goede huize komen, wil je Ć¼berhaupt gelezen worden – laat staan opvallen. Willem G. Weststeijn, emeritus hoogleraar Slavische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, doet desalniettemin een meer dan geslaagde poging de subtop van de Russische literatuur onder de aandacht te brengen. Een groot deel van zijn artikelen – eerder verschenen in kranten, tijdschriften en als inleiding bij Nederlandse vertalingen – zijn bijeengebracht en in chronologische volgorde van schrijver gezet onder de titel Russische Literatuurgeschiedenis Deel 1 en Deel 2

Een aanzienlijk deel van die artikelen zijn natuurlijk weggelegd voor de hierboven al genoemde top. Hoewel dit niet het verrassendste deel van de bundel vormt, verdienen Weststeijns uitstekend geschreven stukken lof voor de lust die ze opwekken om romans als Oorlog en Vrede en De Broers Karamazov opnieuw te lezen – hun lengte indachtig toch geen geringe opgave. Met name zijn studie van Schopenhauers invloed op Tolstojs Anna Karenina is fantastisch. Ook zijn bespreking van Dostojevski – van weidse bespiegeling over de complexe schurken in zijn werk, tot een gedetailleerde bespreking van de openingszinnen van Misdaad en Straf – zijn om te smullen. Een interessante zijsprong wordt bovendien opgenomen in het artikel waarin hij de memoires van de vrouwen van die twee schrijvers bespreekt. Het is fascinerend om hun leven vanuit een ander perspectief te zien, en opvallend hoe verschillend de twee naar hun echtgenoten kijken.

Nog zoā€™n interessante ontdekking is Weststeijns antwoord op de vraag: waarom houden alle Russische schrijvers toch zo van Poesjkin? (Het prijzen van de dichter lijkt af en toe wel een contractuele verplichting te zijn geweest om je werk in het negentiende eeuwse Rusland gepubliceerd te krijgen.) Wat blijkt nu: een lange tijd werd er in Rusland niet in het Russisch geschreven, maar in een door twee monniken geconstrueerde taal genaamd het Oudkerkslavisch. Nu zal deze taal vast erg geschikt zijn om theologische traktaten in te schrijven, literair bezien viel er geen eer aan te behalen. Het Russisch als schrijftaal stond ten tijde van Poesjkin dus nog in de kinderschoenen. De grote verdienste van de dichter bestaat erin als eerste het Russisch tot een literaire taal te verheffen: een prestatie van heb ik jou daar.

Maar de Russische literatuur bestaat natuurlijk uit meer dan alleen de groten der groten. De in Nederland grotendeels onbekende – en vaak ook onvertaalde – subtop krijgt in Weststeijns handen echter een meer dan verdienstelijke bespreking. Soms intrigeert het verhaal achter de schrijver meer dan het werk zelf, zoals in het geval van geheim agent Faddej Boelgarin of tsarina Catharina de Grote. Van andere schrijvers geeft Weststeijn zoā€™n enthousiaste bespreking van hun werk dat het een opluchting is te horen dat ze in het Nederlands vertaald zijn. Met goed geschreven samenvattingen, doorspekt met prikkelende citaten, wist Weststeijn me te winnen voor een boel (voor mij nog onbekende) schrijvers uit de Sovjettijd: Achmatova, Babel, Platonov, Paustovski, om er een paar te noemen. Overigens doen de verhalen achter die schrijvers niet onder voor de gruwelen uit veel van hun romans. De manier waarop de communisten hun schrijvers behandelden is alleen al voldoende om dat systeem voor altijd en eeuwig bij het grofvuil te willen zetten.

Bergen

Voor ƩƩn groep schrijvers wist Weststeijn me, ondanks herhaaldelijke pogingen, helaas niet te strikken: de futuristen. Met hun experimentele poƫzie, gerechtvaardigd in schreeuwerige manifesten, hoeven ze niet op de sympathie van een gemiddelde lezer te hopen. De werken van Weststeijns favoriet onder hen, Velimir Chlebnikov, komen me op basis van zijn artikelen als nagenoeg onleesbaar voor. En zijn pseudo-taalkundige en -geschiedkundige theorieƫn zijn precies dat: pseudo-theorieƫn. Toch staat ƩƩn van de grappigste anekdotes uit de hele bundel op zijn naam. Chlebnikov heeft eens geprobeerd een vrouw te versieren door (van geleend geld, uiteraard; het blijft een Rus) een stapel sandwiches te bestellen die zo hoog was, dat beide elkaar niet meer konden zien, waarna hij een onnavolgbaar literair betoog afstak. Tot niemands verbazing liep zijn versierpoging op een mislukking uit.

De Russische literatuur heeft meer te bieden dan de groten der groten alleen, dat heeft Weststeijn in elk geval overtuigend aangetoond in twee delen Russische Literatuurgeschiedenis. Beide delen zijn een must have voor iedereen die na het lezen van de vuistdikke romans van Tolstoj en Dostojevski nog steeds op honger zit. Maar Weststeijns artikelen zijn niet alleen een goede leeswijzer. Met zijn grote kennis en onuitputtelijk enthousiasme, leest Russische Literatuurgeschiedenis Deel 1 en Deel 2 geregeld net zo heerlijk weg als de romans, verhalen gedichten die erin worden besproken – zo sprak hij, van achter een stapel sandwiches.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles