Donderdag, 29 oktober, 2020

Geschreven door: Bruin, Martine de
Verhoeven, Garrelt
Artikel door: Aghina, Bas

Songbook van Ruud de Wild

Reis door de geschiedenis van het Nederlandse lied

[Recensie] 175.000 liederen telt de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut. Deze recensent moest even met zijn ogen knipperen om te zien of hij dit goed gelezen had… Dit indrukwekkend aantal – men begon met tellen bij de Middeleeuwen – beslaat een bonte verzameling liederen over aanbidding, oorlog/geweld, vreugde, verdriet, liefde, dood, seks, politiek en het leven zelf. DJ en kunstenaar Ruud de Wild stelde hieruit het rijke, gevarieerde, grondig gedocumenteerde én persoonlijke Songbook van Ruud de Wild samen, waarbij boekhistoricus Garrelt Verhoeven en Neerlandica Martine de Bruin zijn gidsen waren op een zoektocht door omvangrijke collecties en archieven.

De reis voert langs ruim 700 jaar Nederlandse liederen. Beginnend bij de middeleeuwse dichteres Hadewijch met Als ons dit nuewe jaer ontsteet, waarvan zelfs nog de melodie bekend is, gaat het via Vondels klassieker O Kersnaecht schooner dan de daegen en Eduard Jacobs (begin 20ste eeuw), uitvinder van het cabaretlied, zangeres ‘Zwarte Rika’ met Amsterdam huilt (over de Jodenvervolging) tot Annie M.G. Schmidt, de Paling Sound en rapper Typhoon. Dit is een prachtig boek om op een regenachtige middag door heen te gaan, liefst met het internet onder de knop op zoek naar welke liederen ook nu nog gezongen worden. Een paar interessante weetjes uit al dit moois. In de jaren ’30 van de vorige eeuw gingen werkelozen met liedteksten, de zogenoemde “bedelblaadjes”, langs de deuren om te zingen. Titels als Weldoen brengt geluk en Smartlied van een ongelukkig Zeeman laten aan onderwerp niets te raden over. Voordat kranten gemeengoed waren, werden talloze rampliederen gezongen op de straathoeken om mensen nieuws te brengen, zoals bijvoorbeeld via Treur-lied, over de verschrikkelijke Aardbeeving tot Lissabon in 1755. En we komen dan toch te weten of die Kortjakje wel echt heeft bestaan; spoileralert: zij heette Valderappus en was constant onder invloed…

De ‘hitlijsten’ die Ruud de Wild per genre opgesteld heeft, werken prikkelend. Niet alleen vanwege zijn keuzes, maar ook omdat hij soms een lied in de lijst heeft opgenomen dat hij zelf weliswaar minder mooi vindt, maar wel invloedrijk gebleken is dat het niet mocht ontbreken. Als lezer ga je je soms ook afvragen: wat zou ik zelf het beste Oranjelied of cabaretlied vinden? Welk lied staat in mijn Top 3 van spotliederen; iets van Koot en Bie of Jaap Fischer, maar wat dan?

De schrijvers stellen dat dit lijvige, zorgvuldig gedocumenteerde boek nog geen uitputtend, encyclopedisch werk is, laat staan een Canon van het Nederlandse Lied. Terecht doen zij een oproep om deze wel te gaan opstellen. Al is het maar om de kloof te overbruggen tussen liedjes van voor ca. 1945 en daarna, die ontstaan lijkt te zijn door m.n. de grote invloed van radio, tv en internet waardoor de mondelinge volkscultuur van ook lokale liedjes weggeëbd of bijna onhoorbaar is geworden. Sinterklaas- en Kerstliedjes en uitzonderingen daargelaten – de schrijvers halen Dirk Witte’s Mensch, durf te leven! (uit 1917) aan dat nu nog wordt gezongen door bijvoorbeeld Wende Snijders – hebben de schrijvers wel een goed punt. Ter vergelijking: stel je eens voor dat wij de schilderijen van Rembrand niet meer in musea zouden kunnen zien; dan zou Nederland te klein zijn…

Geschiedenis Magazine

Hoe zou zo’n canon er uit kunnen zien? Allereerst, in dit Songbook komen de Vlaamstalige liederen van ongeveer na de Belgische Onafhankelijkheid van 1830 er bekaaid af, iets dat de schrijvers ook aangeven. Hier zou je in een Canon van het Nederlandstalige Lied wel ruimere aandacht aan kunnen – moeten? – schenken, als een coproductie met Vlaanderen in de traditie van het Groot Nederlands Dictée. Ruimte maken ook voor liederen in dialecten, streektalen en bijvoorbeeld uit vroegere koloniën Nederlands-Indië en Suriname en de rest van ons Koninkrijk zoals de BES-eilanden , Aruba en Sint Maarten, lijkt in deze tijden van inclusiviteit voor de hand te liggen. Zelf stellen de schrijvers  voor om – na een grondige voorbereiding natuurlijk – wellicht een Top 2000-achtige wedstrijd te houden. Dit zijn tijden van vooral thuiszitten en toch samen willen zijn: “Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst/Maar wees op je vierkante meter een vorst!” aldus Dirk Witte. Hoor wie klopt daar…? Is het een nieuwe Top 2000 die aan komt denderen dwars door het land van Maas en Waal en Rijn en Schelde en…

De tentoonstelling in het museum is in verband met de maatregelen rondom het coronavirus en de praktische problemen die deze met zich meebrengen, verplaatst naar 2021. Tot die tijd kunt u alvast via de online tentoonstelling een kijkje nemen in de Nederlandse liedgeschiedenis. Museum Meermanno Huis Van het Boek| Prinsessegracht 30 2514 AP Den Haag

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles