Vrijdag, 20 oktober, 2017

Geschreven door: Hassel, Sanneke van
Artikel door: Cuijpers, Anke

Stille grond

De modderkluiten krijgen

[Recensie] In Stille grond zet Sanneke van Hassel twee leefwerelden tegenover elkaar. Ze schetst de kloof tussen de mensen die een veilig nest hebben, en zij die als kraaien op een veld neerstrijken waar ze elk moment weer weggejaagd kunnen worden. De auteur laat ons daar een hele roman lang balanceren zonder partij te kiezen. Wat tenslotte overblijft is wat regelmatig te zien is in een stad: een rechthoekje uit de lappendeken van een urbanisatie waar zich allerlei ontwikkelaars over zullen buigen. Stille, lege grond die tot bebouwing of beplanting geen deel uitmaakt van de wortels die sociale cohesie nodig heeft.

Dat van Hassel een scherpzinnig observator van menselijk gedrag is liet ze al in eerder werk zien. Ze is de schrijfster van meerdere bekroonde en gunstig ontvangen verhalenbundels en een roman. Ook nu legt ze de vinger op het akelige moment dat mensen met hun gedrag over een grens heen glijden. Stille grond bestaat uit negen delen die van een motto zijn voorzien, en die achter elkaar gelezen de leefbaarheid van een stad, in dit geval Rotterdam, bevragen. Centraal in de roman staat het burgerlijke protest tegen een terrein dat tijdelijk gebruikt wordt als dagopvang van het Leger des Heils. Een jonge moeder, Landa, die aan de overkant van de opvanglocatie woont, laat het meest fanatiek van zich horen.

Een moeder met een project

Landa is een borrelende soep van moederhormoon en gebrekkige nachtrust die haar gevoelsleven op scherp stellen. Je kunt je als lezer voorstellen dat zoā€™n kersverse moeder haar dochtertje uit de buurt van zwervers wil houden die mogelijk verslaafd of geestesziek of misschien wel allebei tegelijk zijn. De omschakeling van een werkend bestaan naar thuiszittend moederschap valt haar zwaar, haar man praat net iets te vaak over het meisje van de markt en haar vriendinnen zijn fases verder in het moederschap. Landa wordt begrijpelijkerwijs het actiefste lid van de vereniging van eigenaren in de strijd om haar omgeving mooi en kindvriendelijk te maken. Ondanks haar vergaande methodes, zo schuwt ze het bijvoorbeeld niet om de kleffe, plaatselijke vertegenwoordiger van een volkspartij voor haar kar te spannen, blijft ze een moeder waarvoor je begrip blijft opbrengen. Ook al vraag je je soms af waarom verhuizen geen optie is, zoals haar man voorstelt. Bijzonder vilein is de valkuil die ze graaft, omdat ze daardoor de hulp moet inroepen van een van de zwervers die de opvang bezoeken, en je hoopt dat hierdoor iets van wederzijds begrip ontstaat. Van Hassel houdt het spannend, al heb ik wel mijn wenkbrauwen gefronst bij de idee dat politieagenten vanwege graffiti ā€™s avonds laat aanbellen bij een bewoner van een flat.

Wandelmagazine

Het gras aan de overkant

De dagopvang voor de daklozen staat onder de bezielde leiding van maatschappelijk werker Johannes. Een man voor wie het stukje grond dat bij de locatie hoort een soort godsgeschenk is omdat het de heimwee naar de noordelijke kleigrond uit zijn jeugd stilt. Een man die zijn pappenheimers kent, en geen splintertje begrip kan opbrengen voor de klagende en muggenzifterige buurtbewoners. Wreed genoeg probeert hij met de weinige middelen die de dagopvang ter beschikking staan juist een groen paradijs te kweken. Wel dan niet met de schommels die Landa voor ogen heeft, maar toch. Iets dat de buurt in zijn ogen mooier maakt. Uiteindelijk projecteren namelijk zowel Landa als Johannes een verlangen naar veiligheid en geborgenheid op een strook grond die braak ligt.

Sanneke van Hassel weet de morsigheid van deze rafelrand te treffen, en de bureaucratische bestuurders die er als een klapwiekende schaduw boven hangen. Niet alle weefsels die de auteur uit de lappendeken van de stad lostrekt worden weer keurig ingestopt. Als Johannes in zijn streven om een junkie te redden onderuitgaat, en je niet weet hoe chantabel hij daardoor wordt, blijft het knagen. Wie redt bijvoorbeeld Johannes die met zijn muntstekje op vijftienhoog woont en van wie de eenzaamheid als tannine op je gemoed achterblijft.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles