Zondag, 10 november, 2019

Geschreven door: Smedes, Taede
Artikel door: Dobbelaar, Tanny

Thuis in de kosmos

Zijn mensen toch de kroon op de schepping?

De schrijver
[Recensie] In 2016 publiceerde godsdienstfilosoof en theoloog Taede Smedes God, iets of niets? Centraal staat daarin de hedendaagse beleving van religie, waarin mensen makkelijk winkelen bij allerlei religieuze tradities zonder zich te hechten aan Ć©Ć©n specifieke groep. Daardoor is de scheiding tussen geloof en ongeloof nogal vervaagd. Thuis in de kosmos lijkt er een vervolg op.

Het boek
“Wij hebben de verantwoordelijkheid om een huis voor God te bouwen.” Afgelopen zaterdag zei filosoof Bert Keizer in een interview met de Volkskrant: “Je gaat filosofie doen omdat je wilt weten waarom wij op aarde zijn en je komt eruit met: dit is de verkeerde vraag.” Godsdienstfilosoof Taede Smedes zal het niet met Keizer eens zijn. Het vertrekpunt van zijn boek is juist existentieel: als de evolutietheorie gelijk heeft en wij bij toeval bestaan, hoe kan ons bestaan als mensen dan zin hebben? Die vraag krijgt Smedes vaker, schrijft hij, per e-mail en na lezingen, en in dit boek formuleert hij er een antwoord op.

Smedes begint met een aanstekelijke ervaring: wie nadenkt over het heelal kan zich alleen maar verbazen over de grootsheid ervan, en bijgevolg over de nietigheid van de mens. Die grootsheid startte met een superknal en van daaruit heeft het heelal zich kunnen ontvouwen, inclusief de aarde waarop maar relatief kortgeleden leven op is ontstaan. “Wij zijn sterrenstof”, concludeert Smedes verwonderd, “onze lichamen getuigen van kosmische processen.”

Dit idee kan de balsem zijn op een ziel die toch al vreselijk gekrenkt is: eerst door de Copernicaanse wending, waardoor de aarde uit het middelpunt van de kosmos verdween, toen door de evolutietheorie, die duidelijk maakte dat de mens niet het eindpunt van de schepping is. Daarover heen kwam de Freudiaanse krenking die mensen beroofde van het idee dat ze autonoom in het leven staan. Wat is van een mensenleven dan nog de zin, de waardigheid, de bedoeling – die drie lopen wat in elkaar over dit betoog.

Bazarow

Zijn antwoord ontleent Smedes aan een aantal religieuze naturalisten, onder wie de Vlaamse filosoof Gerard BodifĆ©e en een Amerikaanse met de prachtnaam Ursala Goodenough. Zij introduceerden het Epos van de Evolutie. Dit epos legt de nadruk op het gemeenschappelijke van alle leven op aarde. Het ziet juist een overweldigend mysterie in het idee dat alle vormen van leven, van schimmel tot mens, met elkaar verbonden zijn. Juist die binding versterkt ons gevoel van verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de aarde, aldus Smedes, die ook inspiratie vindt bij Etty Hillesum en de Britse rabbijn Jonathan Sacks. ”Wij hebben de verantwoordelijkheid om een huis voor God te bouwen.”

Opvallende zin
“Als God – of beter gezegd: een godsbeeld – verdwijnt, licht ineens de hele werkelijkheid op als een plek waar het heilige zich manifesteert.”

Redenen om dit boek niet te lezen
Dit boek is in de kern theologisch. Daar moet je van houden. Smedes manifesteert zich als een romanticus, een theoloog die zijn ‘christelijk anker’ wil verbinden met natuurwetenschappelijke kennis. Een filosoof zal zich afvragen waarom hij deze vertogen nu per se zo met elkaar in harmonie wil brengen. Die vraag stelt Smedes niet, hoewel hij dichtbij komt als hij natuurkundige Sean Carroll aanhaalt. Die zegt dat je ideeĆ«n als de waardigheid van de mens niet in de kwantumfysica terugvindt. Datzelfde geldt voor ‘badkuip’ en ‘de regels van het schaakspel’. Smedes’ antwoord daarop is: juist omdat we over de waardigheid van de mens in de evolutie kunnen nadenken, spelen mensen een cruciale rol in de kosmos. Op die redenering is nogal wat af te dingen.

Redenen om dit boek wel te lezen
Thuis in de kosmos is een mooi vormgegeven, goed geschreven, elegant boekje. Ideaal voor een discussiegroep. Smedes benoemt een probleem dat veel mensen, gelovig of niet, wel als zodanig ervaren. Hij geeft een helder overzicht van de belangrijkste denkers op dit terrein en citeert ze uitvoerig. Zijn boodschap is niet alleen sympathiek maar ook noodzakelijk: we moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor het leven op aarde.


Eerder verschenen in Trouw en op Tanny Dobbelaar