Vrijdag, 21 februari, 2020

Geschreven door: Elsschot, Willem
Artikel door: Lierop, Tea van

Tsjip / De Leeuwentemmer

Natuurlijk en poëtisch

[Recensie] Deze dubbelroman van Alfons de Ridder, alias Willem Elsschot, is een ode aan kleinzoon Tsjip, die bejubeld wordt door een bekende en deels ook nog onbekende Elsschot. We nemen aan dat schrijven voor Elsschot niets meer of minder betekende dan zijn dagelijks leven op te tekenen.

Door het lezen van dit boek kun je als lezer niet heen om de enorme liefde van de auteur voor zijn kleinzoon en ook dat Elsschot, met behoud van stijl, die gevoelens kan overbrengen. Houd de tissues gereed, die kunnen nodig zijn. Waren zijn vorige werken veelal humoristisch, ironisch of meer, hier spreekt de liefhebbende opa, vader en echtgenoot. Ook dit deel is een gloednieuwe heruitgave. Een leeuw met Tsjip als leeuwentemmer prijkt op de omslag, het nawoord is van Koen Rymenants.
 
Structuur
 
Het boek is opgedragen aan mijn kleinzoon Jan Maniewski”, hierna onmiddellijk gevolgd door een inleiding met de titel ‘Opdracht’, daarna de roman Tsjip. Het laatste gedeelte van Tsjip wordt gevormd door drie hoofdstukken die samen Achter de schermen genoemd zijn. Hierin geeft Elsschot een inkijkje in zijn schrijfproces, bijzonder interessant en ook humoristisch beschreven. Daarna volgt De Leeuwentemmer.
 
Vreemdeling
 
“Ik herinner me niet precies meer hoe en wanneer de vreemdeling in huis gekomen is, maar hij loopt hier nu voortdurend rond.”
 
Zo begint hoofdstuk 1 en zet meteen de toon. Je voelt het ongemak waarmee deze vreemdeling het huiselijk ritme verstoort en zolang er geen openheid van zaken gegeven wordt wat de precieze rol is van deze vreemdeling wordt er om de hete brij heengelopen. De vreemdeling in kwestie is een Pool, Bennek is zijn naam, en is in huis gehaald om te blokken met Adele, de oudste dochter van Frans Laarmans. Bennek en Adele zitten samen op de handelsschool en kunnen elkaar helpen met leren, maar daar blijft het natuurlijk niet bij. Op de eerste de beste bladzijde komt Elsschot met één van zijn bekende motieven op de proppen, de Pool klapt zijn hakken tegen elkaar bij het begroeten, dat is een van de vele martiale termen die gebruikt worden als motief of als metafoor. Elsschot maakt graag gebruik van deze terminologie, wat te denken van wapengekletter van lepels en vorken of ‘poortjesbenen’, overgehouden uit zijn tijd bij de bereden artillerie en waar de kinderen als kleuters tussendoor kropen.
 
Huwelijk
 
Wanneer blijkt dat de vreemdeling dingt naar de hand van zijn dochter verandert de situatie. Niet langer klinkt het gefluister van familie en bekenden, maar wordt een bruiloft voorbereid. De locatie wordt de ‘residence secondaire’ van de familie, dit huis bevindt zich aan zee. De plek behoort al lang aan de familie en het weerzien van bekenden in ‘Vogelzang’ tijdens het drinken van een bier levert prachtige beschrijvingen op.
 
“Mathieu de aannemer met vier van zijn metselaars die tevens maats van hem zijn en Buk die niets doet en voor een ledig glas staat. Zij spuwen er lustig op los zonder elkaar te raken en ik spuw dadelijk mee om te laten blijken dat wij nog steeds broeders zijn.”
 
Tot de gasten behoren onder anderen broer Karel en mijnheer Van Schoonbeke, beiden werden ook opgevoerd in ‘Kaas’. Er wordt getrouwd in het gemeentehuis van Coxyde, zonder veel toeters en bellen was dit snel gebeurd. De kerk werd in eerste instantie overgeslagen, maar na enig overleg en twijfel moest Adele in allerijl gedoopt en bijgespijkerd worden in de catechismus en wordt er uiteindelijk toch in de kerk getrouwd. Dit huwelijk kon zomaar niet meer ontbonden worden, “tot de dood ons scheidt“.
 
Polen
 
Tot verdriet van de hele familie vertrekt het stel naar hun nieuwe stek, Polen. Het is politiek onrustig in Europa, de vrede van Versailles in 1918 heeft bij de Duitsers kwaad bloed gezet. Elsschot stipt de dreiging regelmatig aan en vindt Polen geen veilige plek voor zijn dochter.
Uit Polen komt er plotseling het bericht dat Adele zwanger is en zie hoe de vrouw van Laarmans zich de rol aanmeet als toekomstige oma.
 
“En toen zijn de poppen aan het dansen gegaan. De naaiwinkel was nog diezelfde avond weder volop in actie en er wordt haakwerk geproduceerd als voor een heel regiment kabouters. Het wit, roze en hemelsblauw verlichten onze huiskamer zodat er geen bloemen meer in nodig zijn.”
 
Tsjip
 
Wanneer Jan in België op bezoek is bij zijn grootouders loopt Laarmans met hem op de arm in de tuin en worden zij door de mussen begroet, dit levert hem de bijnaam Tsjip op. In diezelfde tuin wordt ook, net als bij Mozes, een Verbond gesloten met de kleinzoon. Het is in dit laatste hoofdstukje van Tsjip dat Laarmans zich van zijn gevoelige kant laat zien en zich met liefde en engelengeduld zal wijden aan zijn grootvaderschap.
 
In De Leeuwentemmer vertelt Laarmans de avonturen met zijn kleinzoon, dit doet hij in briefvorm aan Walter, zijn oudste zoon. In de zo typerende stijl van Elsschot wordt de lezer vermaakt met de vragen van een jochie aan zijn opa. Een leeuw speelt hierin een belangrijke rol. Zoals een goed opa betaamt moet hij antwoord geven op vragen over de sterkste, is het Duitsland of de leeuw? Dit geeft de auteur de kans om iets te ventileren over de positie van Duitsland.
 
Zinkend schip
 
Behalve militaire metaforen gebruikt Elsschot bijzonder veel beeldspraak uit de zeevaart. Het geeft gevoelige onderwerpen een stoer tintje, doet denken aan die bekende sterke snoepjes en een huilende schipper…
Het gezin Laarmans is als een bemanning op een schip, dat zelfs een naam heeft: ‘Revolution’, dit schip dreigt te zinken, of op zijn minst water te maken na de scheiding van Adele en Bennek. Tsjip wordt toegekend aan de moeder, maar wanneer hij na een vakantie bij zijn vader in Polen niet terugkeert is Leiden in last. Uiteindelijk zal Adele het schip van de ondergang redden.
 
Deze roman is tot nu toe mijn meest favoriete van Elsschot. Andere titels zijn ook erg mooi, maar deze laat me intens meeleven en genieten van de gevoelige Laarmans. Niet alleen het kleinkind, maar het hele gezin wordt liefdevol bij elkaar gehouden. Ook wanneer er eens een vergissing begaan is, blijft hij pal achter z’n gezin staan.
Over de stijl hoef ik weinig meer te zeggen, die is – net als in zijn andere werk – humoristisch, ironisch, vol metaforen, thema’s en verwijzingen. Het poëtische zit vooral in beschrijvingen van de natuur en ik zou niet weten aan wie het boek niet besteed zou zijn.
 
 
Eerder verschenen op Met de neus in de boeken