Zaterdag, 3 maart, 2018

Geschreven door: Jansen, Mike
Artikel door: Klein Haneveld, Johan

Tweede Ragnarok

Boeiende bundel genreverhalen

[Recensie] Zoals altijd bij een nieuw initiatief is de eerste editie niet per se maatgevend. De initiatiefnemers moeten nog uitvinden wat ze willen en hoe het werkt en dat betekent dat je pas goed de kwaliteit kunt beoordelen bij de tweede editie, als van de eerste uitvoering is geleerd en meer is uitgekristalliseerd. Enfin, dit om aan te geven dat waar ik niet heel enthousiast was over de eerste Ragnarok (die bevatte voor mijn gevoel een aantal verhalen die nauwelijks genre waren en voor mij te moeilijk te begrijpen – maar voor anderen misschien daarom juist interessant) de Tweede Ragnarok, SF jaarboek 1995 in mijn optiek een absoluut succes te noemen is.

Zoals altijd waren er natuurlijk verhalen die mij minder goed lagen – ik ben niet zo van magisch realistische verhalen, of verhalen waarbij ik naar het eigenlijke plot moet raden. Maar zelfs die verhalen (Sandrijn, Sandrijn …, Mijn liefdes spreken in twee talen┬áen De Paus en de Engelen) waren helderder dan overeenkomstige verhalen in de eerste bundel en goed geschreven. Dit keer kan ik met overtuiging zeggen dat het eenvoudig mijn smaak is die me deze verhalen iets lager laat beoordelen en dat het niet aan de verhalen zelf ligt. Tais Teng opent met een verhaal met een fantastisch idee – maar ik miste aan het eind nog een openbaring die er bij de lezer zou inslaan. Nu wordt het opgebouwd naar een mysterie – wat is deze toren? – en hoewel ik ook het punt snap van de bescheidenheid van Tenzing, verlangde mijn SF-minnende hart nog wel naar een mooie afronding. Schaduwzee was een mooi SF-verhaal waarbij de uitvinding van een Virtual Reality Simulator in stappen de wereld grondig verandert. Hier was goed over nagedacht.

Ik meende echter zelf dat een later ge├»ntroduceerd element (de natuur van dwergplaneet Pluto) een eigen verhaal verdiend had. Jaap Boekestein staat altijd voor kwaliteit. Zijn eerste verhaal is een ‘sword and scorcery’-verhaal, een schelmenverhaal in ori├źntaalse setting, waarvan het einde me deed glimlachen. Zijn tweede verhaal was het beste van de bundel in mijn ogen en het beste dat ik van Jaap heb gelezen tot nu toe – een hard SF-verhaal in de traditie van Larry Niven, met een fantastisch geschreven commando-operatie, interessante buitenaardse rassen en een werkelijk indrukwekkend middenpunt, een duizenden kilometers lange constructie met een verontrustend doel … Het verhaal van Hellinga vond ik zwak. Er zat een ecologisch element in dat ik boeiend vond, maar het detectiveplot was niet zo geweldig. Paul van Leeuwenkamp brengt iets onder woorden dat mij ook wel eens bezighoudt, de afstomping die je in haar greep krijgt als je zoveel ellende ziet, op Twitter, op Facebook, op het nieuws. En die tot nare gevolgen leidt. Groeistuipen was niet heel bijzonder, maar had wel een leuk idee. Frank Roger laat zijn ironische, satirische kant heerlijk zien in een verslag van een bijzondere kunsttentoonstelling. Nico Stikker heeft een rijk verhaal, dat uiteindelijk ook wel bleek te kloppen, maar dat volgens mij iets te vol met idee├źn zat. En het element van de goden was voor de ontwikkeling van het plot (dat draaide om een kenmerk van mensen) uiteindelijk niet nodig. Het had beter weggelaten kunnen worden, denk ik.

Het Kraken van de Werkelijkheid heeft misschien een deel van zijn originaliteit ondertussen verloren, maar het deed toch wat oorspronkelijks met het idee, vond ik, en bevatte goede, levendige beschrijvingen. Van Paul Harland ben ik niet altijd fan, maar zijn verhaal dat zich afspeelt in het oude Egypte vond ik wel heel goed, rijk aan historische details en levendige beschrijvingen. En gewoon goed geschreven. Het wordt me steeds meer duidelijk dat zijn reputatie toch zeker wel verdiend is. Het slotverhaal, Uitzicht op Diluvopolis, is een nogal duister verhaal, in een grimmige omgeving, met nogal was misdaad en geweld (beschreven en geïmpliceerd). Daar moet je van houden.

Wordt Vervolgd

Ik kon echter zeker genieten van de tentoongespreide verbeelding, het idee van een stad op de drooggevallen bodem van de Noordzee tijdens een nieuwe ijstijd, en de strakke opbouw van het plot. Niet voor niets is Mike Jansen nog steeds een van de kernfiguren in de Nederlandse genrewereld, want ook blijkens dit verhaal beschikt hij over een levendige fantasie, en de gave het boeiend op te schrijven. Geen miskleunen in deze bundel, vond ik althans, en zeker een aanrader voor liefhebbers van Nederlandse genreverhalen.

┬á—
 Eerder verschenen op Hebban