Zondag, 9 december, 2018

Geschreven door: Consoli, Luca
Artikel door: Heijster, Karl van

Waarheid en democratie

Waarheid in tijden van Trump

[Recensie] Politici liegen, dat weet iedereen. Toch zorgde president Donald Trumps schaamteloze verhouding met de waarheid voor de nodige ophef na zijn verkiezing. We zouden volgens sommige commentatoren zelfs in een post truth-tijdperk terecht zijn gekomen. De waarheid zou definitief geen rol meer spelen in het publieke debat. Onzin, natuurlijk. Want het feit dát er discussie en verontwaardiging was over – om het meest schaamteloze voorbeeld te noemen – de ‘alternatieve feiten’ rondom de hoeveelheid aanwezigen bij Trumps inauguratie, toont aan dat men nog steeds wel degelijk belang hecht aan de waarheid. Maar hoe moet de rol van de waarheid vandaag de dag begrepen worden? Waarheid en democratie bevat zes artikelen die daar antwoord op proberen te geven.

Het eerste wat opvalt, is hoe meerduidig het begrip ‘waarheid’ eigenlijk is. Filosoof Gabriël van den Brink spreekt bijvoorbeeld over morele, professionele, democratische en commerciële waarheid, elk met hun eigen dynamiek. Welke waarheid uiteindelijk boven komt drijven, is afhankelijk van het domein dat gekozen wordt, en het succes van dat domein. En elk domein kent op zijn beurt weer andere – conflicterende – vooronderstellingen die hun waarheidsbegrip vormen. Een interessant punt dat hij daarbij maakt, is dat de commerciële variant van waarheidsvinding een opmars heeft kunnen maken doordat noties van een eeuwige waarheid met de gestage secularisering van Nederland aan terrein hebben ingeboet. Is de waarheid, met de afschaffing van het eeuwigheidsperspectief, verworden tot louter een machtsinstrument?

Of is deze flexibele notie juist een voorwaarde voor het democratisch debat? John Stuart Mill wees er al op dat een gefixeerd idee van waarheid kan worden gebruikt om andersdenkenden uit het debat te weren. Hij pleitte daarom voor een ‘levende waarheid’, die steeds verandert in de loop van een open debat. Ethicus Marcel Becker bespreekt Mills waarheidsbegrip in samenspraak met die van Jürgen Habermas en Hannah Arendt, en toont daarna aan hoe al hun noties met de komst van het internet onder druk zijn komen te staan. Zijn helder geschreven essay is een nagenoeg perfecte filosofische uitwerking van een hedendaags probleem, en maakt de aanschaf van de bundel alleen al de moeite waard.

Minder interessant is het stuk van Bas van Stokkum over de teloorgang van het objectiviteitsideaal in de journalistiek – of liever: de nieuwe media. (De klassieke journalistiek komt er zijn bijdrage erg goed vanaf.) Hoewel zijn kritiek niet altijd onterecht is, is het jammer dat de rechtsfilosoof tot zo weinig nieuwe, prikkelende inzichten komt gedurende zijn uitgekauwd aanvoelende polemiek. De bijdrage van filosoof Evert van der Zweerde slaat vervolgens aan de andere kant van het spectrum teleurstellend uit. Zijn bespiegelingen over waarheid in relatie tot ‘het politieke’ zijn vaak zo abstract dat ze maar moeilijk aanslaan. De door hem aangehaalde stelling van Claude Lefort, dat de markers of certainty in de moderne democratie verdwenen zijn, lijkt zo ook op zijn eigen tekst van toepassing. Aan de andere kant: die mate van onzekerheid voedt wel het debat. En hoewel over de status van de waarheid vandaag de dag getwist mag worden, zijn de auteurs het over één ding eens: het debat is nog altijd onontbeerlijk.

Bazarow

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles