Vrijdag, 26 juni, 2020

Geschreven door: Calvino, Italo
Artikel door: Heijster, Karl van

Waarom zou je de klassieken lezen

Delen in de liefde voor klassieken

[Recensie] Als iemand me zou vragen waarom ik graag klassieke werken uit de literatuur lees, dan zou ik zeggen: “Als je dan toch gaat lezen, waarom dan niet het beste wat de wereld ooit heeft voortgebracht?” Eigenlijk is dat een ontwijkend antwoord, want het geeft geen reden waarom klassieke literatuur te verkiezen zou zijn boven een bouquetroman. De Italiaanse schrijver Italo Calvino is er principieel over in Waarom zou je de klassieken lezen, het openingsessay van de bundel met dezelfde naam: er valt geen (externe) reden aan te dragen voor de waarde van klassieke literatuur. Ze ‘dient’ nergens toe. Het enige dat aan te dragen valt vóór het lezen van de klassieken, is dat dat beter is dan ze niet te lezen.

Maar ook dat is niet helemaal waar. Want van de veertien definities die Calvino van ‘klassieken’ geeft, luidt nummer twee:

“Klassieken noem je die boeken die een verrijking vormen voor degenen die ze hebben gelezen (…)”.

En nummer drie:

Wandelmagazine

Klassieken zijn boeken die een bijzonder invloed uitoefenen, hetzij wanneer ze ons als onvergetelijke werken bijblijven, hetzij wanneer ze zich in de plooien van ons geheugen verschuilen onder het mom van het collectief of individueel onderbewustzijn.”

Nummer elf:

“‘Jouw’ klassieke werk is een boek dat je niet onverschillig laat en dat je helpt jezelf te definiëren in relatie, of misschien in contrast ermee.”

Het lezen van de klassieken verrijkt het leven van de lezer. Dat klinkt als een prima reden om ze te lezen, niet?

Hoe het ook zij, dat het lezen van de klassieken Calvino’s leven aanzienlijk verrijkt heeft, blijkt wel uit de 36 overige essays in de bundel. In elk van hen bespreekt hij met veel enthousiasme een klassieke auteur in het algemeen of één van diens werken. De essays beginnen in de oudheid met Homeros en Ovidius, en eindigen in de twintigste eeuw met Hemmingway en Borges. Hoewel de verhalende literatuur de hoofdmoot van de onderwerpen vormt, permitteert Calvino zich bij tijden ook een uitstapje naar de biologie of natuurkunde, bijvoorbeeld in zijn bespreking van Galileis metafoor van het boek van de natuur.

Hoewel Calvino geen gebrek aan verkooptalent te verwijten valt, wordt de toegankelijkheid van zijn essays behoorlijk beperkt door zijn beoogd publiek. (Veel van de essays zijn oorspronkelijk verschenen als voorwoord bij herdrukken van klassieken of als bijdragen in literaire tijdschriften of congressen.) Doordat bekendheid met de besproken werken eigenlijk zonder uitzondering wordt verondersteld, zijn de essays moeilijk te volgen voor hen die de klassieken nog moeten ontdekken. Dit euvel speelt met name op als Calvino de taak op zich neemt een auteur in breder perspectief te bespreken. Wie ten volle van zijn lofprijzingen wil genieten, zou eigenlijk eerst een leeslijst samen moeten stellen op basis van de besproken werken.

Maar dat werpt de vraag op: waarom over de klassieken lezen, als je de klassieken ook zelf kunt lezen. Niet voor niets luidt Calvino’s achtste definitie:

“Een klassiek boek is een werk dat onophoudelijk stof opwerpt in de vorm van allerlei kritische betogen over zichzelf, maar dit stof ook voortdurend weer van zich afschudt.”

De klassieken vallen nooit te reduceren tot dat wat er over hen geschreven wordt. Dat is een ironische boodschap om een bundel vol essays over klassieken mee te openen. Waar ligt dan de waarde van Waarom zou je de klassieken lezen?

Misschien louter en alleen in het delen van de liefde voor de klassieken. En dat doet Calvino eigenlijk het sterkst in het voorwoord van de bundel. Daarin worden twee lange alinea’s geciteerd uit een interview waarin de schrijver puntig samenvat wat hem in een hele zwik klassiekers aanspreekt. Zijn karakteriseringen van Gogol en Dostojevski (die twee heb ik toevallig weer wel gelezen), zijn mijn favoriet:

“Ik houd van Gogol omdat hij de werkelijkheid op een scherpe, boosaardige manier deformeert, maar altijd met mate. Ik houd van Dostojevski omdat hij de werkelijkheid met coherente heftigheid deformeert, maar volkomen zonder maat.”

Enorm veel zin om zo’n Russische pil te slikken, nu.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles