Woensdag, 14 november, 2012

Geschreven door: Haren, Elma van
Artikel door: Swart, Rein

Walsen

Vertrouwen in de kapper, en dan: knip me maar kaal

‘Ze zouden kant-en-klare relatiepakketten moeten verkopen met keuzemogelijkheden. Vriendschap, liefde, moederschap en dan ook nog verschillend gekruid: mild, matig of heet.’ In de verhalenbundel Walsen, haar prozadebuut, brengt dichteres Elma van Haren (Cees J. Buddingh’-prijs, Jan Campertprijs) menselijke relaties op allerlei mogelijke manieren in beeld, of die mensen nu Kora en Ronald heten of Peggy en Jim. Ze zijn naar het leven getekend met al hun eigenaardigheden, psychologisch boeiende individuen, vaak kunstenaars, zuchtend onder de wetten van de realiteit. Hun levens kennen verrassende wendingen, die met de nodige fantasie in banen worden geleid.

LANG EN KORT

In Walsen wisselen lange en korte verhalen elkaar af. De opening ‘Itsy Bitsy’ (23 pagina’s lang) is een monoloog van een nogal met zichzelf ingenomen schilderes op een zonnig terras in de binnenstad. Ze krijgt bezoek van een oude bekende, een arme dichteres, en vertelt over het fantastische leven dat achter haar ligt. Ook al stond ze in de schaduw van de kunstzinnige vrouw van haar minnaar en kreeg ze last van lelijke uitstekende botten, die uit hun voegen begonnen te groeien.

Het is opvallend dat de lange verhalen zoals Itsy Bitsy veel meer inhoud, sfeer en spanning hebben dan de korte. (De korte lijken vaak gewoon niet af. Een uitzondering is het titelverhaal (ruim drie pagina’s), waarin man en vrouw elkaar niet verstaan, omdat zij geen raakpunten tot contact vinden.) Juist de lange verhalen houden de lezer in de houdgreep. Soms door een verrassende compositie, maar vooral door de bijzondere beelden.

‘HAAR GROEIT. HELEMAAL VANZELF’

In ‘Achter de grens’ reist Kora na haar scheiding van een alcoholist naar haar oude vlam Roland die, zoals ze gehoord heeft, tegenwoordig in een optrekje in een bos leeft.

Archeologie Magazine

‘Ze wilde proberen haar geest zo blanco mogelijk te houden, zich niets voor te stellen van haar komende ontmoeting, maar er toch vertrouwen in te hebben. Zoiets als naar de kapper gaan, benieuwd naar wat de schaar met je haar zal gaan doen en vastbesloten het mooi te vinden. Wanneer het tegenvalt in de spiegel, dan is daar altijd nog de troost dat haar groeit. Helemaal vanzelf.’

Ze wordt ontvangen door een vrouw. Meteen zakt de moed haar in de schoenen:

‘Kora zag zichzelf ineens in een spiegel op het einde van de gang en gaf zich over aan de denkbeeldige kapper, terwijl ze naar zichzelf toe liep. Knip maar af, doe maar. Knip me maar kaal als je wilt.’

Ook in het poëtische ‘De keerzijde’ wordt een vergelijking met een kapsel gemaakt. De welgestelde Peggy heeft slap haar en ze duwt het steeds in vorm.

‘Het is net alsof ze zichzelf daardoor in vorm duwt, haar denken schikt, een orde aanbrengt in de binnenkant van haar hoofd.’

Van Harens taal is een genot om te lezen. Om nog een voorbeeld te noemen: voor Peggy duidt een begrip als ‘wankelgathuis’ de basis van haar leven aan. Maar ook de humor strekt Van Harens prozadebuut tot aanbeveling, zoals die van Peggy die tegenover een lesbische Marokkaanse visvrouw haar Jim vergelijkt met een paprika: ‘Veel zaad, verder leeg vanbinnen.’ Ondanks de wat mindere korte verhalen een zeer overtuigende bundel.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *