Vrijdag, 6 november, 2020

Geschreven door: Geerlings, Dietske
Artikel door: Stoel, Jan

Waar maanlicht vleugels raakt

“Wat begint als geschiedenis, eindigt als herinnering en daar tussenin vallen gaten”

[Interview] Er zijn auteurs die ervoor kiezen om hun werk in eigen beheer uit te geven, het liefst alles in eigen hand houden. Het nadeel is dat een ‘selfpubber’ geen uitgeverij achter de hand heeft voor bijvoorbeeld promotie. Als er een uitgeverij achter staat dan moet het boek wel ‘goed’ zijn is dan vaak de filosofie. Zelf publiceren betekent doorgaans ook dat je alles zelf moet doen. Zelf uitgeven is een enorme uitdaging. De kwaliteit moet immers goed zijn, zowel qua inhoud als qua opmaak. 

Ik werd geattendeerd op Dietske Geerlings. Zij heeft met Waar maanlicht vleugels raakt haar vierde (!) roman uitgegeven. Ik las het boek, werd van mijn stoel geblazen door de rijkheid van taal, de gelaagdheid in het verhaal. Maak kennis met Dietske Geerlings.

Je geeft al je werk zelf uit. Waarom doe je dat? Is geen enkele uitgeverij in je werk geïnteresseerd?
“Eerlijk gezegd ben ik niet zo thuis in de uitgeverswereld. Mijn eerste roman heb ik naar een paar grote uitgeverijen gestuurd, die ik kende van de literatuur die ik zelf lees. Bij sommige kreeg ik alleen een standaardmail terug, bij andere werd ik doorverwezen naar sites waar je zelf kunt uitgeven. Met standaardmails kom je niet verder, met zelf uitgeven wel. Er ging een wereld voor mij open. Je hebt alles zelf in de hand, ook de vormgeving. Mijn oudste dochter heeft bijna alle omslagen ontworpen. Zij voelt feilloos aan wat bij mij past en het is fantastisch om samen in zo’n creatief proces te zitten en onafhankelijk te zijn. Het is alleen lastiger om de lezer te bereiken, omdat die doorgaans afgaat op wat de uitgever uitgeeft. Aan de andere kant: als je boek dan toch de lezer bereikt, heb je ook stiekem het gevoel dat het boek het helemaal zelf gedaan heeft.”

Je bent docent Nederlands aan het Baudartius College in Zutphen. Weten de leerlingen dat je schrijft? Hebben ze je boeken gelezen? En hoe reageren ze erop?
“Mijn schrijven begon met een leerling uit de vierde klas, die mij haar gedichten liet lezen. Zij herinnerde mij aan mijn eigen schooltijd waarin ik gedichten schreef. Die heb ik opgezocht en uiteindelijk gepubliceerd in bRoos. Daarna was het hek van de dam. Ik begon te schrijven en hield niet meer op. Nog steeds heb ik contact met die leerling. Inmiddels heeft ze bijna al mijn werk gelezen.

Schrijven Magazine

Mijn eerste drie romans heb ik gratis als e-book op mijn site gezet en vervolgens mijn leerlingen op de hoogte gesteld van mijn publicaties. Inmiddels heb ik een aantal trouwe lezers. Zo is er een leerling, inmiddels niet meer in mijn klas, die mij van elk boek een boekverslag stuurt. Dat is geweldig: een analyse van mijn eigen boek! Bij mijn laatste stuurde hij een mail waarin hij vertelde dat het zo’n indruk op hem had gemaakt, dat hij zelf de Mondscheinsonate was gaan instuderen, samen met zijn moeder. Ik kreeg het geluidsbestand.”

In Waar maanlicht vleugels raakt spelen muziek (de Mondscheinsonate van Beethoven bijvoorbeeld) en beeldende kunst (West Screen, glaskunst van John Hutton) een rol. Ook in je ander werk zie ik die verbinding. Bijvoorbeeld in je roman Als het licht mijn raam vindt (wederom glaskunst en schilderkunst) en In het oog een blik van de wolf; een sonate over de liefde (La Follia van Corelli). Die verbindingen tussen kunstdisciplines kunnen geen toeval zijn.
“Het zijn passies van mij. Ik kan helemaal in vervoering raken van glas-in-loodramen en oude stenen muren van kloosters en kerken. Als kind moest ik spontaan huilen van sommige klanken en later wilde ik alles wat ik mooi vond zelf ook spelen. Dat heeft ertoe geleid dat ik veel instrumenten heb leren spelen: piano, viool, gitaar, fluit. Muziek instuderen lijkt in zekere zin op schrijven. Het is voortdurend schaven, om zo dicht mogelijk de essentie te benaderen van datgene dat je wilt uitdrukken.”

De titel van je roman is wat cryptisch en vraagt om enige uitleg.
“Ik nodig de lezer graag uit er zijn eigen gedachten op los te laten. Zelf heb ik het niet zo op vliegtuigen en in mijn roman zijn het inderdaad onheilsbrengers. Toen de volle maan de vleugel van de Heinkel HE 11 raakte boven Coventry, kwam er een bommenregen. Als het Mondschein-ensemble in het vliegtuig stapt, gaat het mis. Aan de andere kant, als het maanlicht op de vleugels van de glazen engelen valt, ontroert het. Er zijn zoveel vleugels die door het maanlicht geraakt kunnen worden. Laat de titel maar vragen oproepen, voor elke lezer een eigen vraag.”

Ik kwam een publicatie van jou in Trouw tegen voorstander noemt van onderwijs waarbij de leerling zelf op zoek gaat naar kennis. Toen ik je boek las dacht ik meteen: deze auteur zet me aan het werk. Ik wilde alles weten over de kathedraal van Coventry, het bombardement op de ‘oude’ kathedraal, de kunst in de kathedraal, had toevallig net de film de Imitation Game (over het kraken van de Enigma-code) gezien, dacht terug aan de tijd dat ik de Mondscheinsonate probeerde te spelen en verdiepte me in de achtergronden. De lezer op zoek, is dat een bijbedoeling van het schrijven van je roman(s)?
“Ha, ha. Het is zeker geen bijbedoeling van mij geweest. Misschien ben ik docent in hart en nieren, dat het gewoon in mij zit om die zoektocht op te roepen bij de ander? Dat vind ik wel een groot compliment trouwens, zoals het mij ook ontroert dat er een leerling is die door mijn boek de Mondscheinsonate is gaan spelen, samen met zijn moeder.”

De delen van je roman hebben dezelfde omschrijving als de delen van de sonate (Adagio sostenuto – Allegretto – Presto agitato). Je taal volgt het tempo en het ritme van de delen. Ook de gemoedstoestand van de personages in die delen sluit erop aan. Zo begint de roman met de dood van Rachel Mansell tijdens het bombardement op Coventry op 14 november 1940. Gevolgd door het eerste deel waarin het ‘missen van’ een rol speelt, het rouwen. Naarmate je vordert in de roman, de ontwikkeling van de personages en de verhaallijn volgt, ga je ook steeds sneller lezen. Vorm en inhoud worden één. Welk idee zat daarachter?
“De oorsprong van deze roman ligt in het gevoel dat je ergens in stapt en gaandeweg in een stroomversnelling komt. Dat wilde ik graag vangen. Al in een vrij vroeg stadium legde ik de link met de Mondscheinsonate. Alleen had ik nog geen verhaal. Ik ben blij te horen dat je die versnelling als lezer nog kunt voelen. Met simpelweg je boek verdelen in drie delen heb je nog geen sonate geschreven. Onbewust hadden de verhaallijnen al een versnelling in zich. Ik heb haar versterkt door in het laatste hoofdstuk de perspectiefwisselingen elkaar in hoog tempo te laten opvolgen, waardoor de lezer in een lastige positie wordt gebracht, vergelijkbaar met de speler van het presto agitato.”

Beethoven schreef de sonate toen hij ontdekt had dat hij langzaamaan doof werd. Dat doof worden/zijn en elkaar dus letterlijk en figuurlijk niet verstaan sluimert in de roman.
“Beethovens doofheid heb ik er niet bewust in gestopt. Ik vind het wel een mooie lezing, want doofheid is ‘gaten in het geluid’ ervaren. Zeker is er sprake van figuurlijke doofheid: het elkaar niet begrijpen.”

Voor mij is de zin “Wat begint als geschiedenis, eindigt als herinnering en daar tussenin vallen gaten” een sleutelzin?
“Dat klopt. De feiten laten langzaamaan los, wat overblijft is een gekleurde herinnering. In deze roman vallen dierbare mensen weg, ergens tussen feit en herinnering, een gat dat nooit meer te dichten is.”

Hoe ziet je schrijfproces eruit. Je vervlecht geschiedenis (bombardement op Coventry, Enigma-code, Heinkel HE 111-bommenwerpers, Beethoven) met elkaar. Hoe slaag je er in al die verbindingen logisch tot een eenheid te verwerken?
“Het ontstaan van het verhaal, los van het ritme, was bijna magisch. Toen ik met mijn examenklas het literatuurtentamen voorbereidde, kwam een collega met het essay Aanvallend spel van Thomas Rosenboom, waarin hij vertelt hoe je een goede roman zou moeten schrijven. Leerlingen konden hiermee onderzoeken in hoeverre Rosenboom zijn eigen regels naleeft en ook hoe andere schrijvers dit doen. Rosenboom benadrukt het belang van een goede documentatie. Schrijf je  een boek over een apotheker – hierbij verwijst hij natuurlijk naar Publieke werken – dan moet je je grondig verdiepen in een apotheker. Ik vroeg mij af hoe ik dat zelf deed en dacht ineens weer aan de Mondscheinsonate. Prompt deed ik twee grote ontdekkingen die uiteindelijk ten grondslag liggen aan het verhaal, namelijk: Beethoven heeft zijn sonate nooit zelf de Mondscheinsonate genoemd én er is een geheime operatie Mondscheinsonate geweest, het bombardement op Coventry. Vanuit een soort verwondering en ook wel verontwaardiging heb ik die twee verbonden: hoe is het mogelijk dat door een muziekcriticus deze sonate voor altijd met de maan is verbonden én wie haalt het in zijn hoofd om een geplande bommenregen te noemen naar deze sonate! Achter die misleidende naam wilde ik een verbinding tot stand brengen tussen twee levens waarin een gat geslagen was. Dat het allemaal samenkomt, is voor mij net als voor de lezer een stukje magie.

Wat zit er van jezelf in deze roman?
“Personages zijn vaak metaforen van delen van mijzelf. Jytte vertegenwoordigt de grootste angst uit mijn jeugd. Ik houd met hart en ziel van het leven en heb veel te verliezen. Toen ik klein was, was ik doodsbang dat ik mijn moeder zou verliezen, had regelmatig paniekaanvallen en was dwangmatig op momenten dat zij wegging. Pas als ik de achterlichten bij het wegrijden had gezien, was er nog hoop dat ze levend zou terugkomen. In mijn paniekaanvallen viel ik in een zwart gat, waarin zij er niet meer was. Vanuit die beleving heb ik Jyttes verdriet beschreven. En verder: als kind was ik dol op verrassingseitjes, die van mij steeds een andere inhoud kregen, ik schreef als kind geheimtaal, ik bijt nog steeds nagels, en ik leef in muziek.”

Boven de piano, die een belangrijke rol in het verhaal speelt, hangt een foto van de ‘West Screen’: “Wat je ziet op een foto hangt niet alleen af van wat de fotograaf heeft gefotografeerd, maar ook van de kijker en zijn geschiedenis.”  Is dit niet de grote metafoor van je verhaal?
“Ja, dat denk ik wel. Daarom vind ik de lezer ook zo belangrijk. Alles is een kwestie van perspectief. Net zoals een willekeurige luisteraar de maan zag toen hij naar Beethovens sonate luisterde, zo kan de lezer ook vanuit zijn eigen perspectief het boek betekenis geven. In het boek heeft ook iedereen zijn eigen perspectief. De wereld ligt niet vast.”

Het zijn de details die tellen in je boek. Zo speelt het speelt de inhoud van een chocolade verrassingseitje zit dat Jytte krijgt, een belangrijke rol in het verhaal: een vliegtuigje. De afgebeten nagels van Jytte krijgen een heel andere lading als je schrijft over ‘the nails’ (grote spijkers in dit geval) waarvan er drie uit het dak van de kathedraal gebruikt werden om een kruis te maken. Zo’n Cross of Nails is ook vanuit Coventry gestuurd naar de Gedachteniskirche in Berlijn. In de Enigma-code van de Duitsers (waarmee gecodeerde berichten aan de troepen werden doorgegeven) heette de aanval op Coventry ‘Mondscheinsonate.’ Muzieknoten zijn ook een soort code. Bedenk je die details tijdens het schrijven of maak je eerst een schrijfschema en verwerk je dan wat je bedacht hebt. Het klopt allemaal zo mooi.
“Dat is een leuke vraag. Dat schrijfschema komt ook in mijn lessen terug. Zelf schrijf ik nooit vanuit een plan. Wel vind ik dat elk detail zinvol moet zijn in het geheel. Als schrijver kan ik voor mijzelf echt elk fragment verantwoorden. Wat betreft die details, als je in het schrijfproces zit, dan zie je gewoon veel meer. Ik kan me het moment nog herinneren dat ik bij mijn onderzoek die ‘Cross of Nails’ tegenkwam en dat ik mijn ogen niet kon geloven: dat die spijkers in het Engels ook nog steeds ‘nagels’ worden genoemd, al kennen wij die term ook nog, zoals in de uitdrukking ‘een nagel aan mijn doodskist’. Ik ervaar die ingevingen zelf ook als cadeautjes en kan er eindeloos plezier aan beleven.”

Typografie speelt een rol in je verhaal. Je schrijft als Jytte ervaart dat haar moeder is verongelukt “er wordt van het ene op het andere moment een gat in je leven geslagen.” In de typografie is dat ‘letterlijk’ zichtbaar door een gat in de tekst. Bij kwaadheid wordt het woord ‘schoppen’ in grote vetgedrukte letters afgedrukt. Het zet het gevoel, de emotie kracht bij.
“Het schrijfproces is voor mij een afwisseling van intuïtie en verstand. Aan het begin doet mijn verstand een stapje terug. Pas halverwege of aan het einde controleert het of ik intuïtief wel de juiste keuzes heb gemaakt. Bij de typografie had ik een wonderlijke ervaring. Vanaf het begin moesten van mij die letters aan de kant, groter en kleiner worden, de vleugels moesten de regelafstand ontwrichten. Pas toen ik mijn manuscript aan twee lezers wilde voorleggen, riep mijn verstand mij ter verantwoording: wat een aanstellerij! Wat droeg dit bij aan het verhaal? De lezers waren echter enthousiast, ook over de lay-out. Hun oordeel bevestigde mijn intuïtie, terwijl ik er met mijn verstand niet bij kon. Pas toen het gedrukt was, begreep ik het. De diepgewortelde angst had ruimte nodig. De angst van een kind kan nog zo ongegrond zijn, hij is allesomvattend en onverbiddelijk. Ik was ontroostbaar als mijn moeder er niet was, haar afwezigheid vrat gaten in mij. Omdat deze roman in essentie draait om dat gevoel, zowel bij Jytte als bij Naomi, heb ik een stukje van die ontwrichting ook in de letters willen laten voelen, het verstand buiten spel gezet.”

De piano(muziek) speelt een essentiële rol in je roman. Boven de piano in het huis van Aron en Jytte hangt een foto van de ‘West Screen.’ Dat is een enorme glaswand van 21 x 18 meter in de nieuwe kathedraal van Coventry.  De ruïnes van de oude kathedraal heeft men behouden. Glaskunstenaar John Hutton graveerde in ‘West Screen’ engelen die als het ware hun vleugels over de wereld spreiden. Een krachtig beeld, omdat het enerzijds refereert aan Rachel Mansell, de moeder van Naomi, die omkwam bij het bombardement op de kathedraal. Als je vanuit de nieuwbouw door de ‘West Screen’ naar de ruïnes van de oude kathedraal kijkt dan zie je de weerspiegeling en wordt duidelijk dat het nieuwe gebouw niet compleet is zonder het oude. Een prachtige metafoor. De vleugels van de engelen fladderen door je boek en leiden steeds tot reflectie in de kleine poëtische cursiefjes die overal opduiken. Kun je iets vertellen over het ontstaan van dit idee en de toepassing ervan in je verhaal?
“Met de ontdekking van het bombardement kreeg ik wonderschone kantelende, broze glazen engelen cadeau met gaten in zich, die precies in mijn verhaal pasten. Omdat de roman de vorm van een sonate heeft, heb ik ook elementen uit de muziek gebruikt, zoals herhaling, o.a. in de vorm van engelen die in steeds andere vorm terugkomen. In de muziek vinden kleine verschuivingen plaats. In een boek kun je die laten zien in kleine variaties. Poëzie is bij uitstek geschikt om diepere lagen in het bewustzijn aan te boren en open plekken (gaten) te creëren, omdat er relatief veel ruimte is voor interpretatie. Dat reflectieve van de bespiegelingen zit heel sterk in mijn persoonlijkheid en ik vond het mooi om dat ook onderdeel van het boek te laten zijn. Bovendien past het bij de kloof tussen feit en herinnering. Een herinnering is een persoonlijke interpretatie van een feit en is veel meer bepalend voor wat achterblijft.”

Wat hoop je dat de lezer bijblijft na lezing van je roman?
“Ik vind het mooi als er iets achterblijft bij de lezer, maar of dat nu een regeltje is, een personage, een diepere gedachte, een nageltje of iets anders. Ik zeg dat ook altijd tegen leerlingen: als je iets heel moois bent tegengekomen in een boek, laat het je nooit afpakken, ook niet door de docent die vindt dat je het verkeerd ziet of het niet belangrijk vindt. Boeken lezen is voor mij een vorm van schatten verzamelen. Ik hoop dat mensen ook in mijn boeken schatten zullen vinden, van welke orde van grootte dan ook.”

Eerder verschenen in Bazarow magazine