Zondag, 17 mei, 2020

Geschreven door: Dalai Lama
Ueda, Noriyuki
Artikel door: Veen, Evert van der

Wees hier

Wijsheid over leven hier en nu

[Recensie] “Gehechtheid. Leegte. Mededogen. Bestaan”. Met deze woorden opent dit boek dat een vraaggesprek is tussen de dalai lama en de Japanse schrijver en cultureel antropoloog Noriyuki Ueda. Dit boek biedt een mooie ingang tot zijn boeddhistische gedachtewereld waaruit respect en aandacht voor het leven zoals zich dat aan ons voordoet, centraal staan. Hoewel de term niet valt, heeft het boek ook de gedachte van mindfulness waarvan het boeddishsme is doordrenkt.

Er zijn twee ingangen tot het leven zegt de dalai lama. De ene is het begrijpen van de waarheid en de andere is het praktisch handelen uit die waarheid in het hier en nu. Het begint allemaal met het de erkenning van leegte en dan niet als het grote niets maar als het besef dat alles onderling met elkaar verbonden is, een holistische levensvisie dus. “Met andere woorden, niets bestaat op zichzelf, maar het bestaan wordt zo begrepen dat alles wat ontstaat afhankelijk is van oorzaken en omstandigheden”.

Vanuit deze grondhouding, die doordrenkt is met eerbied voor het leven, ontstaat dan mededogen, een liefdevolle houding jegens alles wat leeft en ieder medemens. In het leven van een mens gaat het om het zoeken naar de middenweg waarbij uitersten worden vermeden. Leven in gelijkmatigheid, zonder grote pieken en dalen in stemming en handelen. “De middenweg houdt in dat je de extremen van plezier en pijn mijdt, maar het houdt niet in dat je vanaf het begin enkel en alleen in het midden moet blijven”.

Genegenheid en vriendelijkheid zijn de basis waaruit de mens leeft, de diepere waarden van ons menselijk bestaan en niet het verstand. Interessant is het hoofdstuk over beschaving en de opvatting van de dalai lama hierover. Hij ziet beschaving in relatie tot menselijke waarden en ook onze intelligentie. Genegenheid en vriendelijkheid staan op een ander en dieper niveau dan ons verstand, eerst genoemden brengen en houden ons bij het goede menselijke leven dat menselijke betekenis heeft.

C2W

Hoewel de dalai lama dit niet verder uitdiept, lijkt dit een impliciete kritiek op de westerse samenleving waar ratio, wetenschap en techniek veelal leidend zijn geworden. Hij zegt dan ook: “Onze verstandelijke vermogens hebben beschaving voortgebracht, maar ze hebben ons ook heel wat lijden bezorgd”.

De dalai lama staat ook stil bij de diverse wereldgodsdiensten en ziet deze als het aanvaarden van God die alles heeft geschapen en bepaald. God is in de godsdiensten van onze wereld de absolute grootheid uit wie alles voortkomt; de mens daarentegen is klein en afhankelijk. Zijn opvatting luidt dan ook kort en krachtig: “God is groot, maar ik ben niets”. Dit lijkt mij toch wel een zeer strakke en ook eenzijdige opvatting van de joodse en christelijke religie. De dalai lama heeft in zekere zin wel gelijk: er zijn stromingen (geweest) waarop deze zwart-wit visie van toepassing is maar het lijkt mij dat de overgrote meerderheid van joodse en christelijke gelovigen zich – terecht – niet (meer) in deze stereotiepe opvatting herkent.

Heeft de dalai lama dan te weinig kennis van andere religies of heeft hij deze visie nodig om de waarde van het boeddhisme mooier te laten uitkomen waarin de mens in zijn religieuze ontwikkeling centraal staat?

Het boek sluit af met een nabeschouwing van Ueda en is een toegankelijke kennismaking met dalai lama.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles