Vrijdag, 15 februari, 2019

Geschreven door: Visser, Judith
Artikel door: Lierop, Tea van

Zondagskind

Een heel bijzondere coming of age

[Recensie] Kom binnen, ga zitten en verplaats je in de wereld van Jasmijn Vink, ze is vier en wordt geconfronteerd met een wereld die niet strookt met de hare. Wat dit voor haar en voor haar directe omgeving betekent is te ervaren in dit aangrijpende boek. Wisselende emoties zorgen voor een spanning die je als lezer doet huiveren, glimlachen, verbazen of verwonderen.
In deze autobiografische roman vertelt Judith Visser hoe moeilijk het is om op te groeien met een autistische stoornis. Het is zeker niet alleen kommer en kwel, de roman wordt juist zo goed leesbaar doordat Visser ook de lichtpuntjes beschrijft. Op de eerste plaats is er de hond Senta, waarmee ze een heel hechte band heeft en ook de rol van vooral de moeder is van cruciaal belang.
Het meisje heeft een grote drang naar vrijheid, op de cover is een plaatje te zien met een aantal vogelkooitjes met gekleurde vogeltjes erin, het geheel oogt licht, maar de tragiek achter die vrijheidsdrang is enorm. Wanneer ze voor het eerst naar de kleuterschool gaat is Leiden in last, ze wil helemaal niet gescheiden worden van haar moeder en erger nog, van haar hond!
Ook op de lagere school wil het niet echt wennen:
“Ik had een tafel achterin, bij het raam. Er zat alleen maar wat glas tussen mij en de vrijheid van buiten. Wat zouden de vogels in de boom op het schoolplein denken als ze naar binnen keken en mij hier zagen zitten? Zouden ze denken dat een klaslokaal een kooitje was en dat ik –
‘Jasmijn!’ De stem van juffrouw Meurs klonk scherper nu. ‘Moet ik soms spijt krijgen van het feit dat ik jou een plek bij het raam heb gegeven?”
Alles wat kinderen doen alsof het vanzelfsprekend is stuit bij Jasmijn op problemen. Neem bijvoorbeeld uitgenodigd worden voor een verjaardagspartijtje, een feestelijke gebeurtenis zou je zeggen. Niet voor Jasmijn, de overweldigende hoeveelheid prikkels van geluid (herrie), kleuren, uitbundige kinderen, onbekende volwassenen en vooral het eten zorgen voor een giftige cocktail die haar letterlijk doodziek maakt. Haar hoofd kan al die prikkels absoluut niet aan, ze komen ongefilterd en op volle sterkte binnen zodat ze letterlijk belaagd wordt en op geen enkele manier kan ontsnappen. Een heftige migraineaanval volgt en ze gooit alles eruit, je kunt je de gevolgen makkelijk voorstellen: de zure braaklucht, de schaamte weer gefaald te hebben en de kater, want zo’n aanval is niet zomaar voorbij.
Maar… wat heeft Jasmijn geluk met haar ouders en opa en oma! Zij geven haar de ruimte om haar leven zoveel mogelijk in te richten zoals ze zelf wil. Niet altijd natuurlijk, er zijn regels. Aan die regels wordt wel regelmatig getornd. De keer dat de zevenjarige Jasmijn met Senta met metro en bus naar Rockanje gaat is voor haar een avontuur, maar voor haar ouders een nachtmerrie. Het inleven in andermans gevoelens is voor Jasmijn geen automatisme, het zal nog jaren duren voordat ze dat beseft.
Winkelen is ook een activiteit die volledig uit de hand kan lopen, de signalen kondigen het rampscenario aan:
“We liepen de winkel uit. Dingdong!
Het tasje in mijn moeders hand zwaaide heen en weer. Het had een felgele kleur, met blauwe letters, en bij elke zwier sprongen de letters met gestrekte klauwen van het tasje af en krabden in mijn ogen. In mijn hoofd klonk nog steeds de deurbel van de Zeeman. Het gerinkel van de kassa. Ik probeerde aan het broodje te denken, maar ik kon er niet meer bij in mijn hoofd. De herrie van de Zeeman zat in de weg. De klikklakkende hakken. De stemmen, altijd overal stemmen. Altijd overal ménsen.
Zo ongelooflijk veel mensen.
Ik liet me op de grond vallen.”
En dan is de redding nabij! Oma pakt haar bij de hand en begint die mooie Bijbelse liederen te zingen over Jozef in de put.
Die passages zijn echt heel mooi beschreven, er is niets te bespeuren van valse sentimenten, maar raken precies de gevoelige snaar bij de lezer. Deze liefdevolle oma weet precies hoe ze haar kleindochter weer rustig kan krijgen.
Het afscheid van de lagere school dreigt een fiasco te worden omdat Jasmijn de danspasjes van de musical niet kan aanleren. Het lukt haar eenvoudig niet de arm en het been tegelijk aan te sturen, wat nu? Alweer is
de redding nabij, de lerares geeft haar de rol als presentatrice, dat kan ze wel, want ze zit daar ook niet zelf, het is de andere Jasmijn. Zo wordt dat opgelost, Jasmijn bestaat gewoon uit twee personen, eentje die ze is en eentje die ze wil zijn, de normale Jasmijn.
Doordat de vaart in het verhaal blijft tot het eind en de beschrijvingen blijven boeien, kwam er geen verzadigingsmoment. De ontwikkeling gaat door en langzamerhand lijkt het of haar beste vriendin Kirstin een sleutelrol krijgt in de kentering. Deze geduldige en trouwe vriendin geeft niet op en laat zich niet afwijzen door de aparte houding van Jasmijn. Ze laat Jasmijn zien hoe kleding, make-up  een vorm kunnen zijn van jezelf anders presenteren dan je bent, een maskerade kan zijn, maar daardoor kan het ook helpen je zelfvertrouwen op te krikken. Wanneer ze een baantje krijgt op een chic kantoor is er een grote stap gezet naar de sociaal acceptabele wereld:
“De verbetering bleek een verbeterde versie van mezelf. En hoe. Ik speelde de rol van receptioniste alsof ik hem zelf geschreven had. De dikke eikenhouten vesting van de receptiebalie gaf me mijn eigen ruimte, afgeschermd van de rest van het kantoor. Twee glazen deuren lieten me zien of er bezoekers arriveerden, waarna ik met een knop op mijn bureau de toegang kon ontgrendelen. Met gemiddeld één bezoeker per uur, hoofdzakelijk postjongens en koeriers, was het niet superdruk bij Mancini, en deze vluchtige ontmoetingen boden me de perfecte kans om eindelijk de kunst van het groeten rustig te kunnen oefenen.
En het werkte.”
Deze roman is een aanrader voor veel ‘types’ lezers. Het is geen boek waar je allerlei lagen hoeft te ontdekken. Dit verhaal appelleert rechtstreeks aan het begrip van de lezer om mee te kunnen kijken in het complexe leven van iemand die wel wil, maar niet weet hoe! Lees hoe gedetailleerd haar herinneringen zijn opgeslagen, hoe moeilijk ze haar weg vindt op school en in de liefde. Een groot compliment aan de auteur die haar verhaal zo naturel heeft opgeschreven en daarmee vele ogen opent!
Tot slot wil ik niet onvermeld laten dat Jasmijn heeft geleerd troost en nog veel meer waardevols te vinden in….boeken!
Over de auteur
Judith Visser (1978) kwam er op volwassen leeftijd achter dat ze het syndroom van Asperger heeft. Dat verklaarde veel, bijvoorbeeld waarom ze wel op haar derde al kon lezen en schrijven, maar niet kon praten, waarom ze zich bij dieren meer op haar gemak voelt dan bij mensen en waarom zij letterlijk ziek werd van verjaardagsfeestjes. Door haar ervaringen weet ze de zintuiglijke waarnemingen van een jong meisje met Asperger op grandioze wijze in tekst te vangen. In Zondagskind blikt zij terug op haar jeugd.
Eerder verschenen op Met de neus in de boeken